De regering moet een nieuwe wet maken voor het bestuur van pensioenfondsen. Gepensioneerden moeten het recht krijgen om deel te nemen aan het bestuur. Dit zorgt voor een betere vertegenwoordiging van de mensen die het pensioen gebruiken. Zo krijgt het pensioenstelsel meer steun. De wet moet ook duidelijke eisen stellen aan de deskundigheid van bestuurders.
Motie Omtzigt c.s. over modernisering van de governance van pensioenfondsen
De kamer,
constaterende, dat de sociale partners en de ouderenbonden, ondanks
inspanningen van beide zijden, er niet in geslaagd zijn om met een
gezamenlijk gedragen voorstel voor een betere participatie van gepensioneerden in het pensioenfondsbestuur en meer diversiteit te komen;
constaterende, dat de commissie-Frijns en de commissie-Goudswaard
nadrukkelijk aangeven dat de governance van pensioenfondsen gemoderniseerd dient te worden en dat het kabinet die conclusie deelt;
van mening, dat ons zorgvuldig opgebouwde Nederlandse pensioenstelsel ook in de toekomst op een uiterst zorgvuldige, deskundige en
transparante wijze bestuurd moet worden;
van mening, dat sociale partners als dragers van het stelsel hun rol als
werkgevers en werknemers adequaat moeten kunnen blijven vervullen;
van mening, dat een betere afspiegeling van alle risicodragers in de
pensioenfondsorganen het noodzakelijke draagvlak onder het pensioenstelsel verder versterkt en dat daarom ook gepensioneerden op een
evenwichtige wijze vertegenwoordigd moeten zijn;
verzoekt de regering zo spoedig mogelijk met een voorontwerp van wet te
komen waarin de governance op evenwichtige wijze wordt vormgegeven
en waarin verschillende governance-modellen mogelijk zijn, die recht
doen aan de heterogeniteit van de sector waarin rekening wordt
gehouden met:
– het wettelijk recht van gepensioneerden op deelname in het pensioenfondsbestuur;
– heldere eisen voor deskundigheid en onafhankelijkheid van het
bestuur;
kst-31537-19
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2010
Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 31 537, nr. 19
1
–
de aanbevelingen van de commissie-Frijns en de commissieGoudswaard en de kabinetsreactie daarop;
verzoekt de regering voorts dit voorontwerp na overleg met betrokken
partijen voor te leggen aan de Raad van State.