De regering moet voorkomen dat gemeenten ouderen uit hun vakantiewoning zetten zonder een andere passende woning te bieden. Er is namelijk een groot tekort aan geschikte woningen voor ouderen. Als zij zonder alternatief verplicht verhuizen, komt hun welzijn ernstig in gevaar. ››
Het kabinet moet voorkomen dat plannen voor het sluiten van de spoedeisende hulp (SEH) in onderhandelingen worden besproken. De huidige plannen voor bezuinigingen zijn gebaseerd op verouderd onderzoek uit 2013. Nieuw onderzoek van TNO en de ACM heeft deze plannen al weerlegd. ››
De regering moet de Filomena-aanpak voor slachtoffers van ernstig en complex huiselijk geweld na 2029 structureel borgen. Dit is noodzakelijk om de aanpak verder te kunnen ontwikkelen. ››
De regering moet de wachttijden voor medicijnen verkorten. Nederlandse patiënten moeten namelijk niet langer op medicijnen wachten dan mensen in andere Europese landen. De overheid moet een doel stellen om binnen 180 dagen afspraken te maken over de prijs en vergoeding van nieuwe medicijnen in het toekomstbestendig stelsel geneesmiddelen. ››
De regering moet concrete plannen maken om het tekort aan tandartsen in Zeeland aan te pakken. Inwoners van Zeeland hebben momenteel steeds meer moeite om op tijd een tandarts te kunnen bezoeken. ››
De regering moet het initiatief Maak Rimpels onder de aandacht brengen via het nieuwe ondersteuningsteam. Zo kan het initiatief sneller worden uitgerold. Maak Rimpels helpt mensen om zelfstandiger en meer samen te leven. Dit sluit aan bij de doelen van de Mantelzorgagenda 2027-2030. ››
De regering moet maaltijdverstrekking in het volledig pakket thuis (VPT) behouden of een alternatief garanderen. Goede voeding is essentieel voor kwetsbare ouderen die thuis wonen. Zij hebben namelijk een groter risico op ondervoering. ››
De regering moet met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bespreken hoeveel tijd en kansen organisaties krijgen om problemen op te lossen. De IGJ moet eerder ingrijpen bij slecht functionerende organisaties. Dit is nodig omdat het personeel van de IGJ met een derde wordt ingekrompen. ››
De regering moet een regeringscommissaris voor zorgfraude aanstellen. Deze persoon moet de aanpak van de fraude over verschillende ministeries heen coördineren. Zorgfraude kost namelijk elk jaar 10 miljard euro aan gemeenschapsgeld. De aanpak moet daarom veel harder en beter worden. ››
De regering moet de regels in de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en de Jeugdwet gelijk maken aan de regels in de Zvw (Zorgverzekeringswet) en de Wlz (Wet langdurige zorg). Nu zijn de regels voor gemeenten verschillend. Dit maakt het aanpakken van zorgfraude moeilijk. Met dezelfde regels in alle zorgwetten kunnen gemeenten informatie beter delen en fraude beter bestrijden. ››
De regering moet een ondersteunend team oprichten voor zorgbuurthuizen. Dit team helpt bij het opzetten van buurtinitiatieven. Er is hiervoor geld vrijgemaakt via het amendement-Dobbe en er ligt een advies over de inrichting van het team. ››
De regering moet de 387 miljoen euro die wordt bespaard op de wijkverpleging weer volledig inzetten voor de zorg. De wijkverpleging staat namelijk onder grote druk en heeft in de praktijk juist geldtekort. De regering moet samen met wijkverpleegkundigen bepalen hoe dit geld het beste gebruikt kan worden. ››
De regering moet in gesprek gaan met zorgverzekeraars om hogere tarieven af te spreken. Het aantal kraamverzorgenden neemt elk jaar met 10% af door de hoge werkdruk en de slechte arbeidsvoorwaarden. ››
De regering moet zorgen dat de keuze voor een zorgverzekeraar niet uitmaakt voor de wachttijd in de GGZ (geestelijke gezondheidszorg). Nu zorgen budgetplafonds (maximale budgetten voor zorgverzekeraars) ervoor dat mensen bij sommige verzekeraars sneller hulp krijgen dan bij andere. ››
De regering moet de zorg voor vrouwen verbeteren die een abortus ondergaan. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet dat steeds meer ziekenhuizen abortussen uitvoeren in het tweede trimester zonder medische reden. ››
De regering moet de verruiming van abortus bij 22 of 23 weken zonder medische indicatie stoppen. Dit is een onacceptabele verandering van de huidige praktijk. De regering moet ook zorgen dat vrouwen met een sociale indicatie niet in een noodsituatie terechtkomen. ››