De regering moet zorgen voor herstelmaatregelen voor mensen met Q-koorts en het Q-koorts syndroom (QVS). Deze mensen hebben veel geleden. Er is ondersteuning nodig voor onderzoek en voor de financiële zekerheid van de patiënten. ››
De regering moet de gevolgen voor de gezondheid in kaart brengen bij nieuwe EU-voorstellen. Zo wordt de gezondheid en de portemonnee van Nederlanders beschermd. Nu is gezondheid nog niet goed meegenomen in alle plannen. ››
De regering moet vóór de zomer een pilot starten voor vergoede mobiele zorg voor bedgebonden PAIS-patiënten. Deze mensen lijden in extreme isolatie en zijn afhankelijk van overwerkte mantelzorgers. De zorg moet medische hulp combineren met de behoeften van de patiënt. ››
De regering moet met medische organisaties een plan maken voor een PFAS-vrije zorgsector. Bijna driekwart van de Nederlanders heeft te veel PFAS in het bloed en het zit zelfs in moedermelk. De zorgsector moet meer PFAS-vrije medicijnen en hulpmiddelen gaan gebruiken. ››
De regering moet investeren in de geboortezorg. Er is nu te weinig personeel en geld om baby's vanaf 23 weken 0 dagen te helpen. Deze investering maakt het mogelijk om de behandelgrens te verlagen. ››
De regering moet een politiek en maatschappelijk debat voeren over abortussen vanaf 22 weken. De huidige pilot wijkt sterk af van de bestaande abortuswet. Dit zorgt voor juridische en ethische vragen en voor veel weerstand bij zorgverleners. ››
De regering moet onderzoeken hoeveel ouders naar het buitenland gaan voor levensreddende zorg voor hun kind. Ook moet de regering garanderen dat deze zorg en de extra kosten worden vergoed. Dit moet gebeuren zolang Nederland nog geen zorg kan bieden aan kinderen die voor de 24e week van de zwangerschap worden geboren. Financiële problemen mogen de zorg niet in de weg staan. ››
De regering moet zorgen voor voldoende geld, personeel en bedden in de zorg. Nu krijgen baby's die bij 23 weken worden geboren geen levensreddende zorg, maar alleen comfortzorg. Dit komt door tekorten in de zorg. Ouders moeten de keuze hebben om voor levensreddende zorg te kiezen. ››
De regering moet samen met zorgkantoren de uitvoering van de Wet DOS verbeteren. De huidige regels sluiten niet aan bij de praktijk. De financiering voor samenwerking tussen de Zvw (Zorgverzekeringswet), Wlz (Wet langdurige zorg) en Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) moet continu zijn. Ook moet de regeldruk omlaag om de dialoog tussen partijen te vergemakkelijken. ››
De regering moet onderzoeken of 100 miljoen euro van het Wlz-budget (langdurige zorg) naar de Wet DOS kan worden verschoven. Dit geld is nodig voor structurele steun aan zorgzame gemeenschappen. Hiermee kan de vraag naar langdurige zorg worden verminderd zonder dat er extra geld nodig is. ››
De regering moet een meerjarig programma verkennen voor onderzoek en verbetering van de traumageriatrie (zorg voor ouderen na een ongeluk). Nu is onderzoek vaak tijdelijk, waardoor goede verbeteringen de patiënt niet bereiken. ››
De regering moet in kaart brengen hoeveel zorgkosten drugsgebruik veroorzaakt. De regering moet deze gegevens voor het einde van het jaar met de Kamer delen. Drugsgebruik wordt steeds normaler, maar dit kan grote gezondheidsschade veroorzaken. Inzicht in de kosten is nodig om gericht beleid te maken. ››
De regering moet bij medisch onderzoek geld reserveren voor de gezondheid van vrouwen. Vrouwen leven weliswaar langer dan mannen, maar zijn minder lang in goede gezondheid. Dit kost de samenleving jaarlijks 7,6 miljard euro. ››
De regering moet een actieplan maken om zorgfraude te stoppen. Het plan moet duidelijke doelen hebben. Ook moet het onterecht betaalde zorggeld worden teruggevorderd. ››
De regering moet zorgen dat patiënten geen extra kosten betalen voor noodzakelijke zorg. Dit moet gebeuren als de zorgverzekeraar geen contract heeft met een zorgverlener. ››
De regering moet een campagne starten tegen negatieve beelden over ouderen. 73% van de ouderen ziet zichzelf als een last in de samenleving. Het Nationaal Ouderenfonds heeft dit onderzocht. ››
Het kabinet moet geen financiële drempels opwerpen voor mensen die thuis of in een hospice willen sterven. Het sterven in een vertrouwde omgeving mag niet onmogelijk worden door de kosten van de wijkverpleging. ››