Belastingregels voor buitenlandse pensioenfondsen

De regering moet buitenlandse pensioenfondsen duidelijk maken wanneer zij vrijgesteld zijn van de vennootschapsbelasting (VPB). Meer duidelijkheid zorgt voor meer investeringen in Nederland, zoals in de woningmarkt.

Motie van het lid Nobel c.s. over richting buitenlandse pensioenfondsen duidelijker maken wanneer deze onder de vpb-vrijstelling vallen

De kamer, constaterende dat voor buitenlandse pensioenfondsen nu vooraf onvoldoende duidelijk is wanneer zij in aanmerking komen voor de vpb-vrijstelling voor pensioenfondsen; overwegende dat meer duidelijkheid kan bijdragen aan meer investeringen van buitenlandse pensioenfondsen in bijvoorbeeld de Nederlandse woningmarkt; verzoekt de regering om richting buitenlandse pensioenfondsen duidelijker te maken wanneer deze onder de vpb-vrijstelling vallen, zodat investeringen worden gestimuleerd.
28 mei | VVD, CDA, D66 | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil investeren in het vestigingsklimaat en wil de regeldruk verlagen, waarbij ze bij belastingmaatregelen rekening houden met de belangen van bedrijven [3]. Daarnaast is het stimuleren van de woningbouw een doel waar de partij aan bijdraagt [4]. Ook benadrukt de partij dat pensioenfondsen zich moeten richten op een goed beleggingsresultaat [1].

Argumenten tegen: De partij wil Nederland minder afhankelijk maken van buitenlandse kapitaalstromen [5]. Daarnaast streeft de partij naar meer durfkapitaal uit eigen land, waarbij pensioenfondsen, de overheid en regionale ontwikkelmaatschappijen gezamenlijk investeren in Nederlandse groeibedrijven [2].

Bronnen:

  1. "Pensioenopbouw. De pensioenopbouw moet leiden tot een goed pensioen. Pensioenfondsen mogen geen politieke of maatschappelijke doelen nastreven die afleiden van het doel van de pensioeninleg: een goed beleggingsresultaat dat leidt tot een goed pensioen."
  2. "Meer durfkapitaal uit eigen land. BBB wil dat pensioenfondsen, regionale ontwikkelmaatschappijen en de overheid gezamenlijk investeren in Nederlandse groeibedrijven."
  3. "We investeren in ons vestigingsklimaat. Daarbij erkennen we de bijdrage die onze bedrijven, zowel multinationals als mkb-bedrijven, leveren aan onze schatkist. Multinationals zijn erg belangrijk, voor de werkgelegenheid, voor innovatie maar ook voor onze mkb-bedrijven. Veel Nederlandse mkb-bedrijven zijn een belangrijke toeleverancier voor onze multinationals. We verlagen de regeldruk en houden hier zo veel als mogelijk rekening mee bij belastingmaatregelen."
  4. "Onderzoek naar het instellen van een Grondfonds. Veel gemeenten missen de middelen om strategische gronden aan te kopen of voor te financieren. Het instellen door het Rijk van een grondfaciliteit die het aankopen van grond en herverkaveling ondersteunt kan daarbij ondersteuning bieden. Dit draagt bij aan het verwezenlijken van publieke doelen als betaalbare woningbouw, infrastructuur en klimaatadaptatie."
  5. "De investeringen van de Nationale Investeringsbank sluiten indien mogelijk ook aan bij de defensieclausule van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Een Nationale Investeringsbank versterkt de regionale economie, maakt Nederland minder afhankelijk van buitenlandse kapitaalstromen en versnelt de energietransitie en landbouwtransitie zonder bureaucratie."