De regering moet onderzoeken of de leeftijdsgrens voor de vrijstelling van de overdrachtsbelasting (belasting bij de koop van een huis) omhoog kan naar 40 of 45 jaar. Door de hoge huizenprijzen kopen steeds meer mensen hun eerste woning pas op latere leeftijd. De huidige grens van 35 jaar helpt daarom niet genoeg mensen om een eigen huis te kopen.
Motie van het lid Schenk over onderzoeken of en hoe de leeftijdsgrens van de vrijstelling van de overdrachtsbelasting verhoogd kan worden
De kamer,
constaterende dat de huidige vrijstelling van de overdrachtsbelasting
geldt voor kopers tussen de 18 en 35 jaar;
constaterende dat steeds meer Nederlanders pas op latere leeftijd een
eerste woning kunnen kopen door de hoge huizenprijzen;
overwegende dat de nu geldende leeftijdsgrens voor de vrijstelling
onvoldoende aansluit bij de huidige situatie op de woningmarkt;
overwegende dat een verruiming van de leeftijdsgrens meer Nederlanders kan helpen bij het kopen van een eigen woning;
verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe de leeftijdsgrens van de
vrijstelling van de overdrachtsbelasting verhoogd kan worden van 35 jaar
naar 40 of 45 jaar, en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te
informeren.
Argumenten voor: De partij wil dat jongeren een goede start maken en investeren in betaalbare woonruimte voor jongeren, zodat zij een eigen leven kunnen opbouwen [2][3]. Een verruiming van de vrijstelling zou een groep mensen kunnen helpen die door de hoge prijzen later instapt [3].
Argumenten tegen: De partij is kritisch op belastingvoordelen bij het kopen van een huis, omdat deze volgens het programma kunnen leiden tot prijsopdrijving; meer belastingvoordeel zorgt ervoor dat mensen meer kunnen lenen, wat de huizenprijzen laat stijgen [1]. In plaats van belastingvoordelen voor kopers, wil de partij geld gebruiken om te investeren in betaalbare huurwoningen, wooncoöperaties en huisvesting voor starters [1].
Bronnen:
"Weg met prijsopdrijving, investeren in starterswoningen. Hoe meer belastingvoordeel je krijgt bij het kopen van een huis, hoe meer mensen kunnen lenen en hoe harder de huizenprijzen stijgen. Dat is precies wat de hypotheekrenteaftrek doet: ze maakt huizen niet goedkoper, maar juist duurder. En ondertussen kost het de samenleving miljarden per jaar. Voor de komende vier jaar garanderen we deze regeling voor woningen tot 600 duizend euro, maar boven dit bedrag bouwen we de hypotheekrenteaftrek direct versneld af. Zo komt er jaarlijks 5 tot 6 miljard euro vrij. Dat geld investeren we in betaalbare huurwoningen, wooncoöperaties en huisvesting voor starters. Zodat iedereen weer een kans krijgt op een goede en betaalbare woning. Op termijn moeten we de prijsopdrijvende hypotheekrenteaftrek helemaal afbouwen. Dit gaat stapsgewijs zodat mensen niet de knel komen. De opbrengsten híervan steken we bovendien in het verlagen van de inkomstenbelasting."
"Jongeren verdienen een goede start. Een fijne en betaalbare woning is de basis om te kunnen studeren, te werken en je eigen leven op te bouwen. Daarom investeren we in betaalbare woonruimte voor jongeren. Of ze nu studeren, een opleiding volgen of aan het werk zijn. We bouwen er duizenden jongerenwoningen bij, op campussen, in steden en dorpen."
"Onze jongeren verdienen een goede jeugd en een toekomst om naar uit te kijken. Door te investeren in wat er voor jongeren toe doet bouwen we aan vooruitgang, met een eigen huis, zonder schulden en een eerlijk loon. We maken het mogelijk dat jongeren vanaf hun zestiende mogen stemmen, zodat zij kunnen meebeslissen over hun toekomst, klimaat, onderwijs en zorg. We pakken armoede en discriminatie aan, maken sport toegankelijk en zorgen voor goede ontmoetingsplekken. Zo bestrijden we verdeeldheid en brengen we jongeren samen."