De regering moet de hypotheekrenteaftrek behouden. Dit is nodig voor de stabiliteit en zekerheid op de woningmarkt voor huidige en toekomstige huiseigenaren. ››
De regering moet meer landelijke regie voeren op de vergunningverlening voor bouwgrondstoffen. Er is te weinig zand, grind en klei beschikbaar omdat de vergunningen vastlopen. Dit belemmert de bouw van nieuwe woningen. De regering moet daarom een plan maken voor landelijke controle op de winning van deze stoffen. De adviesgroep STOER adviseert hiervoor actieve rijksregie. ››
De regering moet ingrijpen in Zuid-Holland om extra beperkingen voor woningbouw in de buitenwijken te voorkomen. Ook moet de regering strenger toezien op de uitvoering van het nationale woningbouwbeleid. Zuid-Holland moet tot 2030 namelijk 248.000 woningen bouwen, maar tot nu toe zijn er slechts 68.000 gebouwd. ››
De regering moet een doorstroomhypotheek mogelijk maken. Veel ouderen hebben veel geld in hun huidige huis (overwaarde), maar een laag inkomen door hun pensioen. Hierdoor is het lastig om een nieuwe hypotheek te krijgen. Een doorstroomhypotheek helpt ouderen om makkelijker te verhuizen naar een woning die beter bij hun situatie past. ››
De regering moet meer inzetten op kleine bouwlocaties bij dorpen, ook wel een «wijkje erbij» genoemd. Dit zorgt namelijk snel voor extra woningen en houdt dorpen levendig. De regering moet provincies en gemeenten daarom stimuleren om deze mogelijkheden vaker te gebruiken. ››
De regering moet meer regels schrappen en versoepelen voor de woningbouw. Dit is nodig om de wooncrisis aan te pakken. Dit kan bijvoorbeeld door een crisiswet bouwregelgeving in te voeren (een wet die bouwregels tijdelijk minder streng maakt). ››
De regering moet uiterlijk op Prinsjesdag duidelijkheid geven over de toekomst van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen (NFBK). Nu is het voor bouwers onduidelijk of er na 2027 nog geld beschikbaar is. Zonder deze duidelijkheid kunnen jongeren met een middeninkomen via de KoopStart-regeling hun kans op een betaalbare woning verliezen. ››
De regering moet de Woningwet aanpassen om de financiering van middenhuur via het WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw) mogelijk te maken. De regering moet deze wijziging nog voor het einde van het jaar naar de Kamer sturen. ››
De regering moet Europese regels versoepelen om de bouw van huizen en wegen te versnellen. Huidige regels, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening, zorgen voor vertraging. Ook de MER-richtlijn (regels voor milieuonderzoek) moet simpeler worden. Zo kan er sneller worden gebouwd aan woningen en infrastructuur. ››
De regering moet het Verdrag van Aarhus (over milieu-inspraak) opzeggen. Dit verdrag zorgt voor lange en dure procedures. Hierdoor lopen belangrijke projecten voor woningbouw, wegen en het stroomnet vertraging op. Er moet één gelijk systeem komen voor iedereen die bezwaar wil maken, zodat besluiten sneller genomen kunnen worden. ››
De regering moet bij het aanwijzen van nieuwe grote woningbouwgebieden het principe van Transit Oriented Development gebruiken. Dit betekent dat er gebouwd wordt rondom stations en spoorverbindingen. Zo zijn woningen efficiënt bereikbaar en kan de bouw van nieuwe huizen sneller gaan. ››
De regering moet nieuwe locaties aanwijzen voor grote woningbouwprojecten, zoals Veenendaal-De Klomp, het IJmeer en gebieden langs de Nedersaksenlijn of de Lelylijn. Dit is nodig om het woningtekort op de lange termijn aan te pakken. Meer bouwlocaties zorgen voor meer woningen. ››
De regering moet borgen dat nieuwe regels voor wonen de kwaliteit niet verslechteren. Als de bouw wordt versneld door regels te schrappen, kunnen woningen later kwetsbaar en duur worden door klimaatverandering en wateroverlast. De regering moet bij nieuwe plannen daarom laten zien hoe de kwaliteit van het wonen in de toekomst goed blijft. ››
De regering moet natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden betrekken bij wijzigingen in het woningbouwbeleid. Deze groepen moeten meedenken met de bouwsector. Zo worden plannen voor woningen beter afgestemd op de natuur en de omgeving. ››
De regering moet onderzoeken hoe het Ministerie van VRO (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) meer groen kan combineren met de bouw van woningen. Gemeenten, de bouwsector en organisaties willen namelijk meer groen in de wijk voor de inwoners. ››
De regering moet de regels voor bouwprojecten nabij Natura 2000-gebieden (beschermde natuurgebieden) versoepelen. Nu lopen veel belangrijke bouwprojecten vast door ingewikkelde juridische regels. Dit belemmert de noodzakelijke bouw van nieuwe woningen in Nederland. ››
De regering moet landelijke erkenning geven aan gecertificeerde industriële bouwconcepten bij het verlenen van bouwvergunningen. Nu moeten gemeenten elk project opnieuw uitgebreid toetsen, ook als het bouwplan al is goedgekeurd. Landelijke erkenning verkort procedures en ontlast gemeenten. Zo kan er sneller en meer gebouwd worden om de woningnood te bestrijden. ››
De regering moet onderzoeken hoeveel jongeren dakloos dreigen te worden door hun aflopende tijdelijke huurcontracten. Ook moet de regering binnen zes maanden met oplossingen komen. Jongeren kunnen door de krappe woningmarkt namelijk geen nieuwe woning vinden, waardoor zij zonder vangnet op straat belanden. ››
De regering moet een taskforce (een speciale werkgroep) oprichten om leegstaande gebouwen sneller om te bouwen tot woningen. Het ombouwen van leegstaand vastgoed gaat sneller en kost minder geld dan het bouwen van nieuwe huizen. In Nederland staat momenteel 17,8 miljoen vierkante meter aan panden leeg. ››
De regering moet de winstbelasting voor woningbouwcorporaties verlagen en uiteindelijk helemaal afschaffen. Corporaties hebben nu te weinig geld om de benodigde woningen te kunnen bouwen. ››