Woon-zorg voor mensen met verward gedrag

De regering moet in kaart brengen hoeveel woon-zorgplekken er nodig zijn voor mensen met verward gedrag, verslaving of psychische problemen. Er is nu een tekort aan passende plekken. Hierdoor komen mensen tussen wal en schip, wat zorgt voor extra druk op de politie en de spoedzorg. Ook moet de financiering worden geregeld zodat deze groep de juiste zorg krijgt.

Motie van het lid Diederik van Dijk over landelijk in kaart brengen hoeveel capaciteit aan passende woonzorgvoorzieningen er nodig is voor de doelgroep met verward en onbegrepen gedrag

De kamer, constaterende dat het probleem rond mensen met een combinatie van psychische problematiek, verslaving en ernstig ontregelend gedrag toeneemt; constaterende dat het tekort aan passende voorzieningen voor beschermd wonen en intensieve woon-zorg ertoe leidt dat deze mensen tussen wal en schip raken en de druk op opvang, politie, spoedzorg en buurten verder toeneemt; verzoekt de regering om landelijk in kaart te brengen hoeveel capaciteit aan passende woon-zorgvoorzieningen er nodig is voor de doelgroep met verward en onbegrepen gedrag, daarbij toe te werken naar landelijke richtgetallen voor de benodigde capaciteit, en de Kamer te informeren hoe de bekostiging zodanig kan worden ingericht dat ook mensen met de meest complexe problematiek passende zorg en huisvesting kunnen krijgen.
2 juli | SGP | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil dat mensen met verward gedrag de hulp krijgen die ze nodig hebben om de politie te ontlasten [1]. Daarnaast zet de partij in op het verminderen van wachtlijsten in de ggz door meer inzicht in de zorgvraag te krijgen, zodat de mensen die het meest nodig hebben als eerste worden geholpen [3]. Het in kaart brengen van de benodigde capaciteit en de bekostiging sluit bovendien aan bij de wens om de huidige versnipperde organisatie en financiering van de zorg te verbeteren [2].

Argumenten tegen: De partij stemt tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld wanneer een minister al iets heeft toegezegd of als er al eerder soortgelijke moties zijn aangenomen [4].

Bronnen:

  1. "Mensen met verward gedrag: Jaarlijks ontvangt de politie 150.000 meldingen over mensen met verward gedrag. We nemen maatregelen om de politie te ontlasten en ervoor te zorgen dat deze mensen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Daarnaast krijgen burgemeesters meer mogelijkheden om regie te voeren op lokaal veiligheidsbeleid."
  2. "Onderzoek naar betere samenwerking in de zorg: De lappendeken van de zorg met vier organiserende principes (wijk, gemeente, regio, landelijk), vijf verschillende financieringsstromen (Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdwet en de Wet publieke gezondheid) en acht sectoren (publieke gezondheid, welzijn, huisartsen, gehandicaptenzorg, ggz, ouderenzorg en algemene ziekenhuizen, revalidatiecentra en academische ziekenhuizen) moet worden opgeschud, omdat deze historisch gegroeide indeling ketensamenwerking en innovatie onmogelijk maakt."
  3. "Geestelijke gezondheidszorg: We zorgen ervoor dat de wachtlijsten in de ggz afnemen. Hiervoor blijven we inzetten op meer inzicht in de zorgvraag en dat mensen die het meest nodig hebben, het eerst worden geholpen. We versterken de aanpak van suïcidepreventie en mentale gezondheid, door ggz, huisartsen, onderwijs, wijkteams, sportverenigingen en andere partijen meer samen te laten werken. 24/7-crisiszorg is hierin een belangrijke schakel."
  4. "Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."