Tekort aan verkeersdeskundigen bij gemeenten

De regering moet onderzoeken waarom gemeenten te weinig verkeersdeskundigen hebben en hoe dit opgelost kan worden. Veel gemeenten hebben namelijk een tekort aan kennis over verkeersveiligheid. Hierdoor worden beschikbare middelen niet goed gebruikt om de wegen veiliger te maken.

Motie van het lid Bikkers over in kaart brengen welke knelpunten er zijn in de capaciteit van verkeerskundigen bij gemeenten

De kamer, constaterende dat gemeenten een sleutelrol spelen bij de uitvoering van verkeersveiligheidsmaatregelen, onder andere via de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid; constaterende dat gemeenten kampen met capaciteitsproblemen, waaronder een tekort aan verkeerskundige expertise, waardoor middelen niet altijd optimaal worden benut; overwegende dat een doelmatige inzet van beschikbare middelen vraagt om voldoende uitvoeringskracht bij gemeenten; verzoekt de regering om in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in kaart te brengen welke knelpunten er zijn in de capaciteit van verkeerskundigen bij gemeenten en welke oplossingen mogelijk zijn om deze te versterken, zodat middelen voor verkeersveiligheid effectiever en efficiënter kunnen worden ingezet, en de Kamer hierover te informeren.
2 juli | VVD | Aangenomen: 127–23 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij stelt verkeersveiligheid en de bescherming van verkeersdeelnemers hoog op de agenda en wil hier jaarlijks fors in investeren [1][3]. Daarnaast vindt de partij dat de rijksoverheid gemeenten de ruimte, het vertrouwen en voldoende middelen moet geven om hun taken uit te voeren, waarbij het uitgangspunt is dat er geen taken zonder bijbehorende middelen mogen worden overgeheveld [2]. Het in kaart brengen van capaciteitsproblemen bij gemeenten om zo de inzet van middelen voor verkeersveiligheid te verbeteren, sluit aan bij de wens om gemeenten de kracht te geven om hun werk effectief te doen [2][4].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen het verbeteren van de uitvoering van verkeersveiligheidsmaatregelen door gemeenten of het in kaart brengen van capaciteitsgebreken zijn.

Bronnen:

  1. "Het aantal verkeersdoden moet omlaag. We verbeteren de bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals wandelaars, fietsers, kinderen (op weg naar school) en ouderen. Daarom investeren we jaarlijks 200 miljoen euro in verkeersveiligheid en fietsinfrastructuur. Overtredingen binnen de bebouwde kom worden harder aangepakt. Stelselmatige overtreders worden strenger gestraft, met name bij zwaardere overtredingen. Het OM kan op verzoek van gemeenten ook op 30 km/u wegen controleren met flitscamera's. We verbinden de landsdelen beter, zoals bij knooppunt Hoevelaken, de A15 of A27. De 17 gepauzeerde projecten worden uitgevoerd. Daarvoor investeren we 5 miljard euro. Voor de A27 Ring Utrecht (Amelisweerd) wordt het regionale alternatief gevolgd. Het geld dat vrijkomt gebruiken we voor investeringen in spoor en OV."
  2. "De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."
  3. "Een florerende samenleving en competitieve economie kan niet zonder veilige, moderne en duurzame infrastructuur en mobiliteit. De ChristenUnie investeert fors in openbaar vervoer, het onderhoud van infrastructuur en verkeersveiligheid. De fiets en fietsveiligheid zijn daarbij ook van groot belang."
  4. "Voor de ChristenUnie is leefbaarheid geen bijzaak, maar een kwestie van goed bestuur. Ieder mens, of je nu in de stad woont of in een krimpregio, verdient een veilige, schone en mooie omgeving om te wonen, werken en op te groeien. Toch staat die leefbaarheid in veel dorpen en wijken onder druk door het verdwijnen van voorzieningen, zoals bushaltes, bibliotheken en winkels. Verschillen in gezondheid, veiligheid en toekomstkansen nemen hierdoor toe. Dat accepteren we niet. Daarom zetten we het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) voort. We zien dat dit programma effect heeft in wijken als Amsterdam Zuid-Oost, Delft-West en Dordrecht-West. We breiden dit programma uit naar regio's die nu nog buiten de boot vallen, zoals Zeeuws-Vlaanderen, de Veenkoloniën, Twente en zogenaamde New Towns (voormalige groeikernen zoals Zoetermeer). We zetten in op een integrale versterking van de leefbaarheid door verouderde wijken te vernieuwen, sociale samenhang te bevorderen en kansen voor jongeren te vergroten. We bundelen het geld in één krachtig en meerjarig budget, zodat gemeenten gericht en langdurig kunnen investeren. We leren van de ervaringen van de New Towns en passen die toe bij nieuw te bouwen wijken."