De regering moet de resultaten van de pilot Maatschappelijke Eerste Hulp (MEH) snel onderzoeken. Als de pilot werkt, moet de regering zorgen voor een landelijke uitrol. Mensen met verward gedrag hebben namelijk snelle zorg nodig die niet via de politie verloopt. De MEH-pilot helpt om deze mensen sneller de juiste hulp te bieden.
Motie van het lid Diederik van Dijk over de resultaten van de pilot Maatschappelijke Eerste Hulp (MEH) voortvarend evalueren
De kamer,
overwegende dat mensen met verward en onbegrepen gedrag gebaat zijn
bij een snelle, passende en niet onnodig politiegerichte eerste opvang;
constaterende dat de pilot Maatschappelijke Eerste Hulp (MEH) beoogt
mensen met verward en onbegrepen gedrag eerder naar passende zorg
en ondersteuning toe te leiden, wat een gat in de acute zorgketen oplost;
verzoekt de regering om de resultaten van de pilot Maatschappelijke
Eerste Hulp (MEH) voortvarend te evalueren en, indien de pilot effectief
blijkt, met gemeenten en betrokken ketenpartners te komen tot een plan
voor landelijke opschaling.
Argumenten voor: De partij stelt dat de politie momenteel te veel capaciteit kwijt is aan mensen met verward of onbegrepen gedrag, terwijl de oorzaak van dit lijden vaak ligt bij tekorten in de GGZ [1]. Daarnaast wordt gepleit voor een andere benadering van GGZ-vraagstukken om onnodige inzet van zwaardere gespecialiseerde zorg te voorkomen [2]. De partij vindt bovendien dat de overheid de samenwerking tussen formele en informele zorg moet faciliteren, zodat mensen passende zorg en ondersteuning krijgen [3].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen de evaluatie of de opschaling van een niet-politiegerichte eerste opvang te stemmen.
Bronnen:
"Een persoon met verward of onbegrepen gedrag kan voor buren of omgeving veel overlast veroorzaken. De politie is te veel capaciteit kwijt aan overlastgevende of verwarde personen, terwijl de oorzaak voor dit lijden veelal bij tekorten in de GGZ ligt. Adequate begeleiding vanuit de GGZ of persoonlijke begeleiders is nodig om iemand zelfstandig te kunnen laten wonen. Wanneer zelfstandig wonen een brug te ver is, is een plek in een intramurale instelling noodzakelijk."
"Ongeveer 1 op de 13 Nederlanders maakt jaarlijks gebruik van GGZ. Deze zorg is hard nodig, zeker voor de meest kwetsbare cliënten. Tegelijkertijd zijn de wachtlijsten fors en is er een gebrek aan capaciteit. Dat vraagt een andere benadering van omgaan met GGZvraagstukken om onnodige medicalisering van levensvragen tegen te gaan. Er komen meer praktijkondersteuners GGZ bij de huisarts om verergering van mentale gezondheidsproblemen en inzet van zwaardere gespecialiseerde zorg te voorkomen. Herstelacademies gerund voor en door mensen met een psychische kwetsbaarheid krijgen prioriteit in de financiering. Voor ernstig psychiatrische patiënten komt er een adequaat en landelijk dekkend systeem waarvan de financiering op beschikbaarheid wordt geregeld. Er komt een einde aan de cherry-picking door GGZinstellingen. Zorgaanbieders blijven patiënten ondersteunen in hun zoektocht naar passende zorg, ook als de zorgaanbieder zelf niet de beste zorg kan bieden."
"De overheid kan deze onderlinge betrokkenheid stimuleren en ondersteunen, als aanvulling op goede, toegankelijke zorg. De overheid faciliteert een goede samenwerking tussen formele en informele zorg. Hierdoor krijgen mensen passende zorg en ondersteuning op een manier die toegankelijk, warm en op de lange termijn betaalbaar is."