De regering moet maatregelen nemen zodat woningcorporaties meer sociale huurwoningen en middenhuurwoningen kunnen bouwen. De prijzen voor grond en bouw zijn te hoog en vergunningen duren te lang. Hierdoor is er een groot tekort aan betaalbare woningen. ››
De regering moet landelijke maatregelen nemen tegen leegstand en woningspeculatie. Ook moeten gemeenten strengere regels krijgen om leegstaande panden aan te pakken. Tienduizenden woningen staan leeg terwijl honderdduizenden mensen wachten op een woning. Gemeenten hebben nu te weinig macht om dit effectief aan te pakken. ››
De regering moet extra maatregelen nemen om te voorkomen dat beleggers betaalbare woningen opkopen. Investeringsfondsen kopen nu steeds vaker huizen op, waardoor starters en middeninkomens steeds moeilijker een betaalbare woning kunnen vinden. ››
De regering moet buitenlandse pensioenfondsen duidelijk maken wanneer zij vrijgesteld zijn van de vennootschapsbelasting (VPB). Meer duidelijkheid zorgt voor meer investeringen in Nederland, zoals in de woningmarkt. ››
De regering moet onderzoeken of gasaansluitingen bij nieuwbouwwoningen weer mogelijk moeten worden gemaakt. Er is namelijk een tekort aan ruimte op het elektriciteitsnet (netcongestie). Dit zorgt voor vertraging bij de bouw van woningen. Door weer gas aan te sluiten, wordt de druk op het stroomnet verlaagd en kan de woningbouw sneller doorgaan. ››
De regering moet onderzoeken of studieschulden losgekoppeld kunnen worden van de berekening van een hypotheek. Veel jongeren en starters krijgen nu moeilijk een woning omdat hun studieschuld de maximale hypotheek verlaagt. Een studieschuld is een investering in de toekomst en mag geen barrière zijn voor het kopen van een huis. ››
De regering moet onderzoeken of de leeftijdsgrens voor de vrijstelling van de overdrachtsbelasting (belasting bij de koop van een huis) omhoog kan naar 40 of 45 jaar. Door de hoge huizenprijzen kopen steeds meer mensen hun eerste woning pas op latere leeftijd. De huidige grens van 35 jaar helpt daarom niet genoeg mensen om een eigen huis te kopen. ››
De regering moet de hypotheekrenteaftrek behouden. Dit is nodig voor de stabiliteit en zekerheid op de woningmarkt voor huidige en toekomstige huiseigenaren. ››
De regering moet meer landelijke regie voeren op de vergunningverlening voor bouwgrondstoffen. Er is te weinig zand, grind en klei beschikbaar omdat de vergunningen vastlopen. Dit belemmert de bouw van nieuwe woningen. De regering moet daarom een plan maken voor landelijke controle op de winning van deze stoffen. De adviesgroep STOER adviseert hiervoor actieve rijksregie. ››
De regering moet ingrijpen in Zuid-Holland om extra beperkingen voor woningbouw in de buitenwijken te voorkomen. Ook moet de regering strenger toezien op de uitvoering van het nationale woningbouwbeleid. Zuid-Holland moet tot 2030 namelijk 248.000 woningen bouwen, maar tot nu toe zijn er slechts 68.000 gebouwd. ››
De regering moet een doorstroomhypotheek mogelijk maken. Veel ouderen hebben veel geld in hun huidige huis (overwaarde), maar een laag inkomen door hun pensioen. Hierdoor is het lastig om een nieuwe hypotheek te krijgen. Een doorstroomhypotheek helpt ouderen om makkelijker te verhuizen naar een woning die beter bij hun situatie past. ››
De regering moet meer inzetten op kleine bouwlocaties bij dorpen, ook wel een «wijkje erbij» genoemd. Dit zorgt namelijk snel voor extra woningen en houdt dorpen levendig. De regering moet provincies en gemeenten daarom stimuleren om deze mogelijkheden vaker te gebruiken. ››
De regering moet meer regels schrappen en versoepelen voor de woningbouw. Dit is nodig om de wooncrisis aan te pakken. Dit kan bijvoorbeeld door een crisiswet bouwregelgeving in te voeren (een wet die bouwregels tijdelijk minder streng maakt). ››
De regering moet uiterlijk op Prinsjesdag duidelijkheid geven over de toekomst van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen (NFBK). Nu is het voor bouwers onduidelijk of er na 2027 nog geld beschikbaar is. Zonder deze duidelijkheid kunnen jongeren met een middeninkomen via de KoopStart-regeling hun kans op een betaalbare woning verliezen. ››
De regering moet het Verdrag van Aarhus (over milieu-inspraak) opzeggen. Dit verdrag zorgt voor lange en dure procedures. Hierdoor lopen belangrijke projecten voor woningbouw, wegen en het stroomnet vertraging op. Er moet één gelijk systeem komen voor iedereen die bezwaar wil maken, zodat besluiten sneller genomen kunnen worden. ››
De regering moet bij het aanwijzen van nieuwe grote woningbouwgebieden het principe van Transit Oriented Development gebruiken. Dit betekent dat er gebouwd wordt rondom stations en spoorverbindingen. Zo zijn woningen efficiënt bereikbaar en kan de bouw van nieuwe huizen sneller gaan. ››
De regering moet borgen dat nieuwe regels voor wonen de kwaliteit niet verslechteren. Als de bouw wordt versneld door regels te schrappen, kunnen woningen later kwetsbaar en duur worden door klimaatverandering en wateroverlast. De regering moet bij nieuwe plannen daarom laten zien hoe de kwaliteit van het wonen in de toekomst goed blijft. ››
De regering moet natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden betrekken bij wijzigingen in het woningbouwbeleid. Deze groepen moeten meedenken met de bouwsector. Zo worden plannen voor woningen beter afgestemd op de natuur en de omgeving. ››
De regering moet onderzoeken hoe het Ministerie van VRO (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) meer groen kan combineren met de bouw van woningen. Gemeenten, de bouwsector en organisaties willen namelijk meer groen in de wijk voor de inwoners. ››
De regering moet de regels voor bouwprojecten nabij Natura 2000-gebieden (beschermde natuurgebieden) versoepelen. Nu lopen veel belangrijke bouwprojecten vast door ingewikkelde juridische regels. Dit belemmert de noodzakelijke bouw van nieuwe woningen in Nederland. ››