Steun voor Gaza-kinderen in Egypte voortzetten

De regering moet onderzoeken hoe de Nederlandse steun aan de kindcentra van Save the Children in Egypte kan worden voortgezet. Deze centra bieden onderwijs en psychosociale hulp (hulp bij emotionele problemen) aan kinderen uit Gaza. Duidelijkheid over de financiering is nodig om deze belangrijke hulp niet te laten stoppen.

Motie van het lid Van Baarle c.s. over bezien hoe de Nederlandse ondersteuning aan kindcentra voor zorg, onderwijs en psychosociale hulp aan kinderen uit Gaza ook het komende jaar kan worden voortgezet

De kamer, constaterende dat Save the Children in Egypte, mede met Nederlandse financiering, kindcentra ondersteunt waar uit Gaza gevluchte of geëvacueerde kinderen toegang krijgen tot onder meer onderwijs, psychosociale hulp en andere vormen van zorg; overwegende dat voor de continuïteit van deze hulpverlening tijdige duidelijkheid over toekomstige ondersteuning van groot belang is; verzoekt de regering te bezien hoe de Nederlandse ondersteuning aan kindcentra voor zorg, onderwijs en psychosociale hulp aan kinderen uit Gaza in de regio ook in het komende jaar kan worden voortgezet, daarbij de reeds lopende, mede door Nederland gefinancierde activiteiten in Egypte te betrekken, en de Kamer hierover voor de begroting te informeren.
2 juli | DENK, PvdD, SP | Aangenomen: 104–46 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij spreekt zich uit voor internationale solidariteit [1] en stelt dat mensenrechten een belangrijke rol moeten spelen in de internationale politiek [2]. Daarnaast is er vanuit het programma aandacht voor de sociale ontwikkeling van kinderen [4] en de noodzaak van psychosociale ondersteuning en mentale gezondheidszorg voor kinderen en jongeren [3].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen het verlenen van humanitaire hulp of het bieden van zorg en onderwijs aan kinderen in het buitenland te stemmen.

Bronnen:

  1. "6.2 Internationale veiligheid en solidariteit"
  2. "Wapens zijn geen handelswaar. We verkopen geen wapens aan landen waar mensenrechten worden geschonden. De zeggenschap over wapenexport moet in democratische handen blijven. We stappen dus niet in het wapenexportverdrag met Frankrijk, Duitsland en Spanje, die de voorwaarden voor wapenhandel versoepelen. We kunnen geen gemeenschappelijk wapenexportbeleid voeren met landen die verboden wapens produceren of verhandelen."
  3. "De ggz hoort in de buurt. In elke regio zorgen we voor voldoende ggzopnameplekken en ambulante teams. Bij een crisis komt er altijd professionele opvang, niet gelijk de politie. De wachttijden worden aangepakt en er komt structurele versterking van personeel en voorzieningen. De wachttijden worden aangepakt en er komt structurele versterking voor (opleiding van) het) personeel en voorzieningen. We maken van ggzondersteuning een vast onderdeel van de zorg in de buurt. Met voldoende behandelcapaciteit en aandacht voor kinderen, jongeren en mensen met complexe problematiek. Zorg mag daarbij niet afhangen van bureaucratische regels of een label op basis van een handboek voor aandoeningen (zoals de DSM). Behandelaars krijgen de ruimte om passende zorg te bieden op basis van hun professionele oordeel. Daarnaast zal er op tal van plekken meer aandacht moeten komen voor de mentale gezondheid van mensen, van jongeren tot gepensioneerden."
  4. "Buurten waar kinderen kunnen spelen. Kinderen moeten kunnen buitenspelen voor hun gezondheid, hun sociale ontwikkeling en hun plezier. Daarom maken we van elke buurt een plek waar je kunt spelen, sporten en samenkomen. Ook kinderen met een beperking moeten mee kunnen doen. We investeren in buurtcentra en buurtwerk, zodat elke wijk leeft en ieder kind ruimte krijgt om goed en veilig op te groeien."