De regering moet de Kamer voor september informeren over de medische evacuatie van ernstig zieke kinderen uit Gaza. In de regio is specialistische zorg bijna onmogelijk. Hierdoor wachten 18.500 mensen, waaronder 4.000 kinderen, op medische hulp. Zonder deze evacuatie dreigen zij te overlijden.
Motie van de leden Kröger en Dobbe over de Kamer informeren over hoe de welwillendheid ten aanzien van medische evacuaties van ernstig zieke kinderen concreet gestalte krijgt
De kamer,
constaterende dat in zowel Gaza als de regio het bieden van specialistische zorg vrijwel onmogelijk is;
constaterende dat hierdoor 18.500 mensen, onder wie 4.000 kinderen,
wachten op medische evacuatie en dreigen te overlijden;
constaterende dat de WHO, hulporganisaties, landen in de regio en
Nederlandse medisch specialisten het kabinet daarom oproepen om door
te gaan met het bieden van zorg aan kinderen die hoogspecialistische
zorg nodig hebben en deze zorg niet in de regio kunnen ontvangen;
overwegende dat het kabinet zegt «welwillend te kijken» naar het
continueren van medische evacuaties, conform de motie-Dobbe
(21 501-02, nr. 3304);
verzoekt de regering voor september de Kamer te informeren over hoe de
welwillendheid ten aanzien van medische evacuaties van ernstig zieke
kinderen concreet gestalte krijgt.
Argumenten voor: De partij stelt dat alle inspanningen gericht moeten zijn op het op grote schaal doorlaten van humanitaire hulpgoederen [1]. Daarnaast merkt de partij op dat de huidige invulling van het recht op zelfverdediging door Israël heeft geleid tot een offensief dat het internationale recht schendt en onvoorstelbaar leed veroorzaakt onder de Palestijnse burgerbevolking [3]. De partij vindt dat de Nederlandse regering zich moet inspannen voor de handhaving van het internationaal recht [2], waarbij de bescherming en waardigheid van zowel Israëli's als Palestijnen centraal staat [3].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die zich verzetten tegen het bieden van humanitaire hulp of het informeren van de Kamer over medische evacuaties.
Bronnen:
"Alle inspanningen moeten op de kortst mogelijke termijn gericht zijn op het op grote schaal doorlaten van humanitaire hulpgoederen, een definitief staakt-het-vuren in Gaza, en vrijlating van de Israëlische gijzelaars."
"De Nederlandse regering moet zich inspannen voor de handhaving van het internationaal recht. Doelgerichte aanvallen op burgers, journalisten en hulpverlenersvormen een grove schending van dit internationaal recht. Hierbij past grotere druk op Israël bijvoorbeeld door de handelsvoordelen uit het EU-Israël-associatieverdrag op te schorten, of sancties op personen. Dit gebeurt bij voorkeur via de economische en politieke kanalen van de EU. Blijft dat zonder resultaat, dan neemt de Nederlandse regering deze maatregelen samen met gelijkgestemde landen."
"De bescherming en waardigheid door het recht geldt voor zowel Israëli's als Palestijnen. Op 7 oktober 2023 pleegde Hamas een weerzinwekkende terreuraanslag. Israël heeft bestaansrecht, en het volste recht zich te verdedigen binnen internationaal erkende normen. De invulling van dat recht is echter verworden tot een offensief dat het internationale recht schendt en onvoorstelbaar leed veroorzaakt onder de Palestijnse burgerbevolking. Handhaving van het internationaal recht geldt ook hier. Het is juist in Israëls belang dat de staat niet verder afglijdt van waarden van democratie, rechtsorde en respect voor mensenrechten."