Politie mag geen iftars organiseren

De regering moet voorkomen dat de politie personeel of middelen inzet voor het organiseren van iftars (maaltijden tijdens de ramadan). De politie heeft te maken met personeelstekorten en een hoge werkdruk. De beperkte capaciteit moet daarom worden gebruikt voor de veiligheid van burgers en het bestrijden van criminaliteit.

Motie van het lid Coenradie c.s. over bewerkstelligen dat politie-eenheden geen capaciteit, middelen of faciliteiten inzetten voor het organiseren van iftars

De kamer, constaterende dat de politie kampt met personeelstekorten, hoge werkdruk en een tekort aan operationele capaciteit; overwegende dat van de politie als gezagsdrager een neutrale en gezagsuitstralende houding mag worden verwacht; overwegende dat het organiseren van iftars niet behoort tot de wettelijke kerntaken van de politie; van mening dat schaarse politiecapaciteit maximaal moet worden ingezet voor de veiligheid van burgers en de bestrijding van criminaliteit; verzoekt de regering te bewerkstelligen dat politie-eenheden geen capaciteit, middelen of faciliteiten inzetten voor het organiseren van iftars en dit, indien noodzakelijk, expliciet te verankeren in de handelingskaders of gedragscodes van de politie.
2 juli | JA21, BBB, Keijzer, SGP, VVD | Aangenomen: 94–56 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de druk op de politie hoog is en wil investeren in politiecapaciteit om de politie zichtbaar en aanspreekbaar te houden [1]. Er is behoefte aan een sterke en professionele politie die zich richt op veiligheid, het opsporen van criminaliteit en het voorkomen van onveiligheid [2]. Daarnaast wordt aangegeven dat de politie momenteel te veel capaciteit kwijt is aan zaken die buiten hun kerntaak liggen, zoals de zorg voor verwarde personen [3].

Argumenten tegen: De partij ziet kerken en geloofsgemeenschappen als volwaardige partners van de overheid die een cruciale rol spelen in de samenleving [4]. De overheid zou een faciliterende rol moeten spelen in plaats van een belemmerende rol voor deze gemeenschappen [4].

Bronnen:

  1. "De druk op de politie is hoog, ondanks de investeringen van de laatste jaren. De ChristenUnie investeert daarom in de politiecapaciteit, zodat de politie zichtbaar en aanspreekbaar blijft in wijken en dorpen, ook in minder bevolkte gebieden. Het aantal politievrijwilligers wordt uitgebreid. Politieagenten (en andere hulpverleners) worden goed ondersteund wanneer zij bij de uitoefening van hun taken fysiek en/of mentaal beschadigd raken."
  2. "De politie is een belangrijke linie voor veiligheid en de strijd tegen onrecht. Onze samenleving heeft een sterke en professionele politie nodig, die voor iedereen zichtbaar, aanspreekbaar en benaderbaar is. Die aangiftes opneemt en verdachten oppakt. Die ook op het web criminaliteit opspoort. Maar nog beter, die criminaliteit voorkomt. Dit kan alleen door de versterking van de nabijheid van de politie in de wijken en buurten. En door aanwezigheid van de politie in het digitale domein. Ons rechtssysteem is een dam tegen onrecht, onveiligheid en criminaliteit. Daarbij is niet alleen vergelding, maar ook de weg naar herstel belangrijk om op de lange termijn de maatschappelijke vrede en het rechtsgevoel van burgers te bevorderen."
  3. "Een persoon met verward of onbegrepen gedrag kan voor buren of omgeving veel overlast veroorzaken. De politie is te veel capaciteit kwijt aan overlastgevende of verwarde personen, terwijl de oorzaak voor dit lijden veelal bij tekorten in de GGZ ligt. Adequate begeleiding vanuit de GGZ of persoonlijke begeleiders is nodig om iemand zelfstandig te kunnen laten wonen. Wanneer zelfstandig wonen een brug te ver is, is een plek in een intramurale instelling noodzakelijk."
  4. "Kerken en geloofsgemeenschappen zijn volwaardige partners van de overheid. Ze spelen een cruciale rol in het ondersteunen van mensen in armoede en het voorkomen van eenzaamheid en sociale uitsluiting, juist op plekken waar de overheid vaak geen rol heeft. De overheid voert regelmatig overleg met kerken en andere geloofsgemeenschappen. Daarbij is aandacht voor praktische belemmeringen zoals huisvesting. Nu is de overheid hier vaak (soms vanuit religieus analfabetisme, soms vanwege gebrek aan samenlevingsvisie) een sta-in-deweg, terwijl het haar taak is om mee te denken. Bij woningbouwprojecten moet vanaf het begin ruimte worden gereserveerd voor ontmoeting: kerken, buurthuizen, verenigingsgebouwen en maatschappelijk vastgoed zoals huisarts- en hulpverleningspraktijken. Deze voorzieningen zijn essentieel voor een sterke samenleving."