De regering moet in alle nieuwe luchtvaartverdragen — afspraken tussen landen — bindende regels opnemen over veiligheid, het milieu en arbeidsomstandigheden. Zonder deze regels is er geen gelijk speelveld voor bedrijven. Dit is nodig om de luchtvaart wereldwijd toekomstbestendig te maken.
Motie van het lid Kostić over bindende normen voor veiligheid, milieu en arbeidsomstandigheden opnemen in toekomstige luchtvaartverdragen
De kamer,
overwegende dat het ontbreken van bindende, controleerbare en
afdwingbare normen op het gebied van arbeidsomstandigheden,
veiligheid, klimaat en milieu in luchtvaartverdragen een gemiste kans is
om de luchtvaart wereldwijd toekomstbestendig te maken en een gelijk
speelveld te creëren;
constaterende dat de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers aangeeft
dat zonder bindende normen in de luchtvaartverdragen een gelijk
speelveld ontbreekt;
overwegende dat ook het ministerie aangeeft ernaar te streven om
afspraken te maken over maatschappelijke thema’s in luchtvaartverdragen;
verzoekt de regering zich er voortaan actief voor in te zetten om in alle
toekomstige luchtvaartverdragen die Nederland sluit, bilateraal of in
EU-verband, bindende normen voor veiligheid, milieu en arbeidsomstandigheden op te nemen, ook in het belang van een gelijk speelveld.
Argumenten voor: De partij wil dat vliegen schoner en eerlijker wordt, waarbij de luchtvaartsector een eerlijke bijdrage levert aan het verminderen van vervuiling [12490, 12492]. De partij zet zich in voor eerlijke internationale handel en verzet zich tegen handelsverdragen die grote buitenlandse bedrijven exclusieve privileges geven [2]. Ze vinden het onrechtvaardig dat de eigen sector moet verduurzamen terwijl de grenzen openstaan voor nietduurzame producten uit het buitenland [2]. Daarnaast streeft de partij naar een eerlijke economie en het ondersteunen van de werkende klasse [1], wat aansluit bij de roep om bindende normen voor arbeidsomstandigheden.
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die argumenten bieden om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Ontwikkelingssamenwerking en noodhulp. Ontwikkelingssamenwerking is een kwestie van internationale solidariteit. Daar moeten welvarende landen als Nederland hun eerlijke steentje aan bijdragen. Daarom moet Nederland minstens 0,7 procent van het BNI uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking. Ontwikkelingssamenwerking moet ten goede komen aan mensen in ontwikkelingslanden: voor democratisering en vredesopbouw, voor het ondersteunen van de werkende klasse, voor mensen- en vrouwenrechten, voor het ondersteunen van mensen met een beperking, voor onderwijs, voor zorg, voor infrastructuur en een eerlijke economie. Daarmee worden tevens de armoede en de migratie teruggedrongen. We bieden noodhulp en humanitaire hulp waar en wanneer dat nodig is. Humanitaire hulpverleners moeten worden beschermd en geweld tegen hulpverleners moet worden bestreden en aangepakt."
"Geen privileges voor buitenlandse bedrijven in handelsverdragen. Wij zetten ons in voor eerlijke internationale handel en blijven ons verzetten tegen handelsverdragen met exclusieve privileges voor grote buitenlandse bedrijven. Het is oneerlijk om van onze boeren en bedrijven te eisen dat ze verduurzamen, terwijl de grenzen openstaan voor nietduurzame producten uit het buitenland. Zo kunnen we bovendien ook uitbuiting van arme landen helpen voorkomen."