Bindende regels in luchtvaartverdragen

De regering moet in alle nieuwe luchtvaartverdragen — afspraken tussen landen — bindende regels opnemen over veiligheid, het milieu en arbeidsomstandigheden. Zonder deze regels is er geen gelijk speelveld voor bedrijven. Dit is nodig om de luchtvaart wereldwijd toekomstbestendig te maken.

Motie van het lid Kostić over bindende normen voor veiligheid, milieu en arbeidsomstandigheden opnemen in toekomstige luchtvaartverdragen

De kamer, overwegende dat het ontbreken van bindende, controleerbare en afdwingbare normen op het gebied van arbeidsomstandigheden, veiligheid, klimaat en milieu in luchtvaartverdragen een gemiste kans is om de luchtvaart wereldwijd toekomstbestendig te maken en een gelijk speelveld te creëren; constaterende dat de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers aangeeft dat zonder bindende normen in de luchtvaartverdragen een gelijk speelveld ontbreekt; overwegende dat ook het ministerie aangeeft ernaar te streven om afspraken te maken over maatschappelijke thema’s in luchtvaartverdragen; verzoekt de regering zich er voortaan actief voor in te zetten om in alle toekomstige luchtvaartverdragen die Nederland sluit, bilateraal of in EU-verband, bindende normen voor veiligheid, milieu en arbeidsomstandigheden op te nemen, ook in het belang van een gelijk speelveld.
28 mei | PvdD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil de uitstoot van de luchtvaart aanpakken [2] en stelt specifieke normen voor de uitstoot bij Schiphol voor [1]. De partij benadrukt dat klimaatverandering een wereldwijd probleem is dat vraagt om een internationale aanpak met bindende afspraken [6]. Op het gebied van arbeidsomstandigheden wil de partij slechte arbeidsvoorwaarden beëindigen [4] en strijdt zij tegen producten die in strijd zijn met internationale afspraken over het milieu of mensenrechten [3]. Bovendien wil de partij voorkomen dat Nederlandse bedrijven worden weggeconcurreerd door lagere standaarden bij geïmporteerde goederen [5], wat aansluit bij het doel om een gelijk speelveld te creëren.

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte teksten geen informatie gevonden die gebruikt kan worden als argument om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Het aantal vluchten in Nederland wordt beperkt. Om te voldoen aan de rechtsbescherming van omwonenden en de stikstofuitstoot terug te brengen, zal Schiphol drastisch moeten krimpen. Er komt een nachtsluiting. Schiphol krijgt een normenkader voor uitstoot van CO2, NOx en zeer zorgwekkende stoffen. Lelystad Airport wordt niet geopend voor burgerluchtvaart. De gedane publieke en private investeringen worden ruimhartig gecompenseerd. Binnen Europa worden treinreizen aantrekkelijker gemaakt, door in Europees en internationaal verband ambitieuze afspraken te maken over een CO2-prijs voor de luchtvaart, invoering van een kerosineaccijns en afschaffen van de btw-vrijstelling op vliegtickets. Internationale treinverbindingen worden verbeterd en samen met andere Europese landen zorgen we voor één transparant systeem voor het boeken van internationale treinkaartjes. De vliegbelasting wordt enerzijds meer gebaseerd op de daadwerkelijke CO2-belasting, anderzijds komt er een opslag voor vluchten tot 1250 km om duurzamer vervoer per trein te stimuleren."
  2. "De Nederlandse lucht is veel te vies. We pakken de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht van de industrie, mobiliteit en luchtvaart aan. Gemeenten moeten voortvarend aan de slag met het Schone Lucht Akkoord."
  3. "Er is in onze economie geen enkele plaats voor kinderarbeid en uitbuiting. De Wet Zorgplicht Kinderarbeid, die al door beide Kamers is aangenomen, wordt met spoed uitgevoerd. Producten waarvan de productie in strijd is met internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, kinderarbeid of milieu, worden geweerd, óók als dat de exit van platforms als Temu en AliExpress uit Nederland betekent. Het uitgangspunt wordt dat bedrijven die van overheidssteun gebruikmaken, de OESO-normen rond internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen onderschrijven en naleven."
  4. "Het toezicht op de naleving van wetgeving (zoals de Wet goed verhuurderschap of de Arbowetgeving) wordt aangescherpt. Sommige sectoren bestaan in Nederland dankzij het grote aanbod van goedkope arbeidskrachten van andere EU-lidstaten of daarbuiten. In die sectoren is Nederland verslaafd aan goedkope arbeidsmigranten. Dit is niet houdbaar. De groei van laagbetaalde arbeid en het aanbod van arbeidsmigranten remt innovatie en robotisering en legt een te grote druk op voorzieningen die schaars zijn. Om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie moet er allereerst een einde komen aan de slechte arbeidsvoorwaarden. Daarnaast zijn er aparte Schengen-afspraken en een arbeidsmigratiepact in de Europese Unie nodig. Binnen de Europese Unie pleiten we voor de invoering van tewerkstellingsvergunningen, in eerste instantie voor bepaalde sectoren zoals de bouw of uitzendsector. In Europees verband zetten we ons in om belastingvoordelen voor expats gezamenlijk af te schaffen. Werkgevers dragen bij aan integratie door te investeren in taallessen."
  5. "Regels die voor Nederlandse bedrijven gelden, zijn ook van kracht op geïmporteerde goederen. Het kan en mag niet zo zijn dat Nederlandse productie die voldoet aan de hoogste standaarden wordt weggeconcurreerd doordat vergelijkbare producten met lagere standaarden wel geïmporteerd mogen worden, zoals gebeurt met dierlijke producten."
  6. "Om de schepping te bewaren is ambitieus klimaatbeleid noodzakelijk. Bovendien draagt goed klimaatbeleid bij aan energieonafhankelijkheid: we zijn nu voor onze energievoorziening afhankelijk van landen waar we niet afhankelijk van willen zijn. Dat moet stoppen. Klimaatverandering houdt zich niet aan grenzen: het is een wereldwijd vraagstuk dat een internationale aanpak vraagt. Daarom is het goed dat Nederland zich al jaren, in internationaal verband, inzet voor goede, bindende afspraken om de impact van het menselijk gedrag op het klimaat te verkleinen."