De regering moet binnen de EU eerst aanpassingen bespreken voor het ASEAN-EU-luchtvaartverdrag. Dit moet gebeuren voordat het verdrag officieel wordt gemaakt (ratificatie). Europese luchtvaartmaatschappijen hebben nu namelijk geen gelijk speelveld. De regels in Aziatische landen voor veiligheid, duurzaamheid en arbeidsomstandigheden zijn minder streng dan de Europese regels.
Motie van het lid Van der Plas c.s. over binnen de EU eerst noodzakelijke aanpassingen bespreken voordat tot ratificatie wordt overgegaan
De kamer,
constaterende dat het ASEAN-luchtvaartverdrag tussen de lidstaten van
de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten en de Europese Unie en haar
lidstaten voorligt ter ratificatie;
overwegende dat er zorgen bestaan over arbeidsomstandigheden,
veiligheid en duurzaamheid in de Aziatische landen die binnen dit verdrag
zullen komen te vallen;
overwegende dat de regels en standaarden in de EU en in Nederland
hoger liggen dan in de genoemde landen;
overwegende dat er daarmee geen gelijk speelveld is met de Europese
luchtvaartmaatschappijen;
overwegende dat, zolang een verdrag nog niet is geratificeerd door alle 27
lidstaten, er wél diverse mogelijkheden zijn om binnen de EU eventuele
aanpassingen te bespreken;
verzoekt de regering binnen de EU eerst de noodzakelijke aanpassingen te
bespreken, voordat tot ratificatie wordt overgegaan en de Kamer zo snel
mogelijk een terugkoppeling te geven over de voortgang en/of uitkomst
van de gesprekken.
Argumenten voor: De partij stelt dat mensenrechten en de rechten van de werkende klasse centraal moeten staan in het buitenlandbeleid [1]. Daarnaast streeft de partij naar internationale solidariteit waarbij de rechten van mensen en de werkende klasse in andere landen worden ondersteund [4]. De partij wil ook af van een Europa dat enkel werkt voor het kapitaal en het bedrijfsleven, en wil in plaats daarvan een sociale unie waarin de rechten en vrijheden van mensen centraal staan [3][2].
Argumenten tegen: De verstrekte teksten bieden geen argumenten om tegen de motie te stemmen; de partij pleit juist voor meer bescherming van mensen en rechten in een Europese context.
Bronnen:
"Mensenrechtenbeleid. Mensenrechten staan wereldwijd onder druk. Radicaalrechtse en conservatieve groeperingen voeren een mondiale campagne tegen vrouwenrechten, seksuele rechten, de rechten van LHBTIQA+personen, de rechten van de werkende klasse en hun vertegenwoordigers. Nederland en Europa moeten zich vol inzetten voor de emancipatie van gemarginaliseerde groepen. De geldstromen binnen de antirechtenbeweging moeten worden blootgelegd en de organisaties die hierachter zitten moeten worden bestreden. Emancipatie en het bevorderen van mensenrechten moeten centraal staan in ons beleid, ook het buitenlandbeleid."
"Een sociale unie. De EU is van een Europees vredesproject verworden tot een neoliberaal instrument van het bedrijfsleven. De SP wil af van een Europa dat werkt voor het kapitaal en naar een sociale unie. Europa mag lidstaten niet langer verplichten hun publieke voorzieningen in de uitverkoop te doen. Lidstaten moeten weer de mogelijkheid krijgen zaken als openbaar vervoer, gezondheidszorg en energie zelf en democratisch te organiseren."
"Een nieuw democratisch verdrag. De EU is nu onvoldoende democratisch en werkt vooral in het belang van het kapitaal. Daarom wil de SP een wijziging van de Europese verdragen. De Europese Commissie wordt verkleind en moet bevoegdheden afstaan aan het Europees Parlement en de lidstaten. De rechten en vrijheden van mensen komen centraal te staan en de beklemmende verplichtingen om kapitaal vrij baan te geven worden opgeheven. Het nieuwe verdrag wordt in een referendum voorgelegd aan de bevolking."
"Ontwikkelingssamenwerking en noodhulp. Ontwikkelingssamenwerking is een kwestie van internationale solidariteit. Daar moeten welvarende landen als Nederland hun eerlijke steentje aan bijdragen. Daarom moet Nederland minstens 0,7 procent van het BNI uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking. Ontwikkelingssamenwerking moet ten goede komen aan mensen in ontwikkelingslanden: voor democratisering en vredesopbouw, voor het ondersteunen van de werkende klasse, voor mensen- en vrouwenrechten, voor het ondersteunen van mensen met een beperking, voor onderwijs, voor zorg, voor infrastructuur en een eerlijke economie. Daarmee worden tevens de armoede en de migratie teruggedrongen. We bieden noodhulp en humanitaire hulp waar en wanneer dat nodig is. Humanitaire hulpverleners moeten worden beschermd en geweld tegen hulpverleners moet worden bestreden en aangepakt."