De regering moet controleren of de regels voor toegankelijkheid goed werken en verbeteringen voorstellen als dat niet zo is. Gemeenten moeten de Integrale toegankelijkheidsstandaard gebruiken voor de buitenruimte. Toegankelijkheid moet de norm zijn voor mensen met een beperking. Dit staat in het VN-verdrag voor de rechten van personen met een beperking.
Motie van het lid Çegerek over het monitoren of gebouwen voldoende toegankelijk zijn voor mensen met een functiebeperking
De kamer,
constaterende dat de recente ratificatie van het VN-verdrag voor de
rechten van personen met een beperking duidelijk stelt dat toegankelijkheid de norm dient te zijn en geen uitzondering;
constaterende dat artikel 4.21 Omgevingswet stelt dat er regels gesteld
dienen te worden zodanig dat de toegankelijkheid van nieuw te realiseren
bouwwerken en de directe omgeving daarvan voor mensen met een
functiebeperking is gewaarborgd;
overwegende dat aan de instructieregel van het Besluit kwaliteit leefomgeving het woord «bevorderen» wordt toegevoegd en dat dit beter past
bij de ambitie van het VN-verdrag inzake rechten van personen met een
handicap;
verzoekt de regering, in de nota van toelichting bij het Besluit kwaliteit
leefomgeving aan te geven dat gemeenten bij het toegankelijk maken van
de openbare buitenruimte de Integrale toegankelijkheidsstandaard
betrekken voor zover die gaat over de openbare ruimte;
verzoekt de regering tevens, te monitoren of de regels van het Besluit
bouwwerken leefomgeving over de toegankelijkheid van gebouwen, de
regels van het Besluit kwaliteit leefomgeving over de toegankelijkheid van
de openbare buitenruimte en de regels over algemene toegankelijkheid
die zijn opgesteld ter implementatie van het VN-verdrag over de rechten
van gehandicapten, in de praktijk samen voldoende bijdragen aan de
toegankelijkheid van gebouwen en de openbare buitenruimte voor
mensen met een functiebeperking, en verbetervoorstellen te doen als uit
de monitoringuitkomsten blijkt dat die regels daaraan onvoldoende
bijdragen,
kst-33118-56
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2016
Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 33 118, nr. 56
1.