De regering moet de Kamer informeren over hoe het Nederlanderschap van uitgereisde jihadisten met terugwerkende kracht kan worden ingetrokken. Dit moet ook kunnen als zij zich al vóór 11 maart 2017 bij een terroristische groep aansloten. Zij wisten namelijk al dat zij bij terroristen gingen, ook voordat er een officiële lijst met verboden organisaties was.
Motie van het lid Yeşilgöz-Zegerius over het Nederlanderschap van uitgereisde jihadisten met terugwerkende kracht intrekken
De kamer,
overwegende dat, gelet op jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, voor intrekking van het Nederlanderschap
van uitgereisde jihadisten moet blijken van aansluiting en handelingen op
of na 11 maart 2017;
overwegende dat terroristische organisaties niet pas terroristisch werden
na publicatie van de lijst van terroristische organisaties en dat uitgereisde
jihadisten ook voor publicatie van deze lijst al wisten dat zij zich aansloten
bij een terroristische organisatie;
van mening dat het niet in de geest van de wet is om het Nederlanderschap alleen in te trekken van jihadisten die zich hebben aangesloten bij
een terroristische organisatie op of na 11 maart 2017;
verzoekt de regering, de Kamer tijdens het zomerreces 2020 te informeren
op welke wijze mogelijk gemaakt kan worden dat het Nederlanderschap
van uitgereisde jihadisten met terugwerkende kracht kan worden
ingetrokken, dus ook als blijkt van aansluiting en handelingen vóór
11 maart 2017.