De regering moet de eisen voor cofinanciering in de tweede geldstroom (geld voor samenwerking tussen wetenschap en bedrijven) afbouwen. Nu moeten bedrijven vaak meebetalen aan onderzoek, maar alleen grote bedrijven kunnen dat. Dit geeft commerciële partijen te veel invloed op de onderzoeksvraag. Door de eisen te verminderen, wordt de academische vrijheid vergroot.
Motie van het lid Kostić over een plan om de niet-noodzakelijke eisen voor cofinanciering in de tweede geldstroom af te bouwen
De kamer,
constaterende dat in consortiumsamenwerkingen steeds vaker wordt
gewerkt met een cofinancieringseis in de tweede geldstroom;
constaterende dat dit leidt tot onduidelijkheid en verwevenheid met
commerciële belangen, wat onder meer invloed heeft op het gekozen
onderwerp en de onderzoeksopzet;
constaterende dat meestal alleen grote bedrijven een dergelijke financiële
bijdrage kunnen leveren, waardoor niet altijd de meest geschikte partner
wordt betrokken bij het onderzoek, maar degene die het budget heeft om
daarin te investeren;
overwegende dat ook zonder de cofinancieringseis voor de tweede
geldstroom nog steeds samengewerkt kan worden met bedrijven, doordat
de derde geldstroom nog steeds van bedrijven kan komen, maar dat
daarmee dan wel duidelijk is dat het om contractonderzoek gaat;
overwegende dat door het beter scheiden van de tweede en derde
geldstroom de academische vrijheid wordt vergroot en het onderscheid in
financiering duidelijker en transparanter wordt;
verzoekt de regering om met een plan te komen om waar mogelijk de
niet-noodzakelijke eisen voor cofinanciering in de tweede geldstroom af te
bouwen, en de Kamer hierover halverwege 2025 te informeren.