De regering moet de arbeidskorting en algemene heffingskorting (kortingen op de inkomstenbelasting) in 2026 flink verhogen. Zo blijft werken lonend. De kosten hiervoor moeten worden betaald door de landbouwvrijstelling af te schaffen of te beperken. Deze regeling voor de landbouw is namelijk negatief beoordeeld en moet verdwijnen.
Motie van de leden Dassen en Kostić over de arbeidskorting en algemene heffingskorting zo veel mogelijk indexeren per 2026
De kamer,
constaterende dat het kabinet in de Voorjaarsnota ervoor kiest om de
tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting per 2026 slechts beperkt toe
te passen;
constaterende dat er in het hoofdlijnenakkoord staat dat er meer met
belastingschijven wordt gewerkt in plaats van algemene heffingskorting
of arbeidskorting;
constaterende dat er in het hoofdlijnenakkoord staat dat het uitgangspunt
is dat negatief geëvalueerde fiscale regelingen worden afgeschaft of
versoberd;
constaterende dat er in het hoofdlijnenakkoord staat dat werken moet
lonen, maar het niet indexeren het tegenovergestelde effect heeft;
constaterende dat de landbouwvrijstelling nu meerdere keren negatief is
geëvalueerd en in maart 2024 werd geconcludeerd dat afschaffing de
enige logische en uitvoerbare beleidsoptie is;
overwegende dat deze motie volledig volgens de begrotingsregels is;
verzoekt de regering de arbeidskorting en algemene heffingskorting zo
veel mogelijk te indexeren per 2026, en deze maatregel te dekken door het
versoberen of afschaffen van de landbouwvrijstelling.