[Motie van het lid Straatman c.s. over meer prioriteit voor het herstel van familiaire banden tussen het kind en de ouders ]
3 december, CDA, ChristenUnie, SGP, D66
[De kamer, constaterende dat bij een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing het uitgangspunt is dat het kind terugkeert naar huis; constaterende dat uit de inspectierapporten blijkt dat gecertificeerde instellingen onvoldoende oog hebben voor het herstel van de relatie tussen het kind en de ouder(s), maar dat omgang van kinderen met ouder(s) juist cruciaal is om de duur van een uithuisplaatsing zo kort mogelijk te houden; constaterende dat de Staatssecretaris een omgangsregeling tussen het kind en de ouder(s) in de Jeugdwet wil vastleggen, die door de gecertificeerde instelling binnen zes weken na de uithuisplaatsing opgesteld moet worden; constaterende dat uit de inspectierapporten blijkt dat gecertificeerde instellingen er in de praktijk structureel niet in slagen wettelijke plichten en termijnen uit de Jeugdwet na te komen; overwegende dat het recht van het kind op omgang met de ouder(s) een fundamenteel recht is, neergelegd in artikel 9, lid 1 van het IVRK; verzoekt de regering het herstel van familiaire banden tussen het kind en de ouders meer prioriteit te geven en bij de invoering van de wettelijke omgangsregeling toe te zien op de naleving van de wettelijke termijnen.]
Motie van het lid Straatman c.s. over meer prioriteit voor het herstel van familiaire banden tussen het kind en de ouders
De kamer, constaterende dat bij een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing het uitgangspunt is dat het kind terugkeert naar huis; constaterende dat uit de inspectierapporten blijkt dat gecertificeerde instellingen onvoldoende oog hebben voor het herstel van de relatie tussen het kind en de ouder(s), maar dat omgang van kinderen met ouder(s) juist cruciaal is om de duur van een uithuisplaatsing zo kort mogelijk te houden; constaterende dat de Staatssecretaris een omgangsregeling tussen het kind en de ouder(s) in de Jeugdwet wil vastleggen, die door de gecertificeerde instelling binnen zes weken na de uithuisplaatsing opgesteld moet worden; constaterende dat uit de inspectierapporten blijkt dat gecertificeerde instellingen er in de praktijk structureel niet in slagen wettelijke plichten en termijnen uit de Jeugdwet na te komen; overwegende dat het recht van het kind op omgang met de ouder(s) een fundamenteel recht is, neergelegd in artikel 9, lid 1 van het IVRK; verzoekt de regering het herstel van familiaire banden tussen het kind en de ouders meer prioriteit te geven en bij de invoering van de wettelijke omgangsregeling toe te zien op de naleving van de wettelijke termijnen.
Aangenomen op 9 december: 150 - 0
PVV
DENK
PvdD
CDA
D66
GL-PVDA
FVD
VVD
JA21
Volt
BBB
50PLUS
SP
SGP
CU
Behandeld
DatumActiviteit
4 decemberDebat over de rapporten ‘Kwetsbare kinderen, kwetsbaar stelsel’ van de Inspectie G&J en ‘Als zelfs overheidsingrijpen kinderen geen bescherming biedt’ van de Inspectie J&V
9 decemberStemmingen
Tegelijkertijd