De regering mag geen definitieve besluiten nemen over het nieuwe actieplan voor minder mest (Nitraatrichtlijn) voordat er een nieuw kabinet is. Boeren moeten intussen wel alvast hun stikstofoverschot per stuk grond kunnen meten. Dit is belangrijk omdat er nu onenigheid is over de plannen, terwijl de kwaliteit van het water in Nederland wel moet verbeteren.
Motie van het lid Grinwis c.s. over tot het aantreden van het nieuwe kabinet doorgaan met het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn
De kamer,
constaterende dat er een patstelling is ontstaan over het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn (AP) in het kabinet;
overwegende dat uit de consultatie blijkt dat agrarische organisaties meer
plus- dan minpunten zien in het concept achtste AP in vergelijking met het
zevende AP, maar dat de waterwereld er zeer bezorgd over is;
overwegende dat de Kamer meermaals heeft uitgesproken minder
kalenderlandbouw te willen en meer doelsturing;
spreekt uit dat het achtste AP moet bijdragen aan verbetering van de
kwaliteit van grond- en oppervlaktewater;
verzoekt de regering geen onomkeerbare stappen te zetten tot het
aantreden van het nieuwe kabinet en tot die tijd door te gaan met de
reeds geïmplementeerde maatregelen uit het zevende AP, inclusief
addendum;
verzoekt de regering onderwijl in overleg te gaan met de waterschappen
over een heldere en voor ieder navolgbare aanwijzing van de
aandachtsgebieden;
verzoekt de regering conform de motie-Vedder c.s. (33 037, nr. 593) de
ingroei naar doelsturing, zoals beschreven in het concept achtste AP,
onverdroten voort te zetten, zodat geen tijd verloren gaat en agrariërs
(onder andere in de aandachtsgebieden) komend najaar op perceelniveau
het stikstofbodemoverschot kunnen gaan meten;
verzoekt de regering de Kamer ieder kwartaal over de voortgang te
rapporteren en tevens duidelijk de stand van zaken naar belanghebbenden, zoals onze agrariërs en de waterschappen, te communiceren,
totdat uiteindelijk het verbeterde achtste AP alsnog van kracht wordt,
kst-33037-631
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2025
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 631
1.