De regering moet de regels voor de waarde van bouwgrond aanpassen. Vanaf 2027 moet de prijs van grond berekend worden op basis van wat de bouwprojecten uiteindelijk opleveren. Nu is grond vaak te duur door handelaren die speculeren op winst. Door deze nieuwe rekenmethode worden de prijzen lager. Hierdoor kunnen woningen sneller en goedkoper worden gebouwd.
Motie van het lid Grinwis c.s. over de inbrengwaarde van grond baseren op de residuelewaardemethodiek
De kamer,
constaterende dat de prijs van verworven grond van grote invloed is op
de financiƫle haalbaarheid en het tempo van woningbouw en er brede
politieke en maatschappelijke consensus bestaat over het tegengaan van
speculatieve grondhandel en daarmee samenhangend te hoge
grondverwervingsprijzen;
overwegende dat de invoering van een planbatenheffing complex is, tot
onzekerheid bij project- en gebiedsontwikkelaars en woningcorporaties
leidt en het risico op vertraging van woningbouwprojecten vergroot, met
name doordat de kans toeneemt dat agrarische eigenaren hun grond niet
meer vrijwillig willen verkopen;
overwegende dat bepaling van de waarde van de verworven gronden op
basis van de residuele methode, waarbij de waarde wordt afgeleid van de
opbrengst van de ontwikkeling minus de kosten daarvan, speculatief hoge
verwervingsprijzen uitbant, maar de verwerving van gronden niet zal
doen stagneren, waarmee verruiming van het kostenverhaal door
invoering van de residuele waarde de snelst en best uitvoerbare methode
is met de minste nadelen;
constaterende dat de residuele methode ook in het rapport van de
adviesgroep STOER wordt aanbevolen;
verzoekt de regering om het waardebepalingsvoorschrift, artikel 8.17 van
het Omgevingsbesluit, aan te passen en de inbrengwaarde van grond
vanaf 1 januari 2027 te bepalen op basis van de residuelewaardemethodiek.
Behandeld
Datum
Activiteit
15 januari
Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (36800-XXII) voortzetting