De regering moet samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) plannen maken zodat gemeenten bij jeugdhulp beter rekening houden met het geloof of de overtuiging van gezinnen. Nu gebeurt dit in de praktijk te weinig. Hierdoor krijgen gezinnen niet altijd de hulp die bij hen past en ontstaan er verschillen tussen gemeenten.
Motie van de leden Stoffer en Ceder over bij de toeleiding naar jeugdhulp rekening houden met godsdienstige gezindheid en levensovertuiging
De kamer,
constaterende dat artikel 2.3, lid 4 van de Jeugdwet bepaalt dat
gemeenten bij het bepalen van de aangewezen vorm van jeugdhulp
redelijkerwijs rekening houden met de godsdienstige gezindheid en de
levensovertuiging van de jeugdige en zijn ouders;
constaterende dat deze verplichting veelal ook is verankerd in de lokale
jeugdverordeningen;
overwegende dat gemeenten in de praktijk onvoldoende kunnen bieden
ten aanzien van de wijze waarop dit wettelijke recht daadwerkelijk wordt
betrokken bij de indicatiestelling voor jeugdhulp;
overwegende dat het ontbreken van duidelijke handvatten kan leiden tot
ongelijke toepassing en onvoldoende rechtszekerheid voor gezinnen;
verzoekt de regering om samen de VNG te bezien wat in de uitvoering
nodig is voor gemeenten om bij de toeleiding naar jeugdhulp daadwerkelijk en zorgvuldig rekening te houden met de godsdienstige gezindheid
en levensovertuiging van jeugdigen en hun ouders, en de Kamer hierover
te informeren.