Kortere MFK voor flexibele EU-begroting

De regering moet in Europa actief werken aan het verkorten van de looptijd van het Meerjarig Financieel Kader (MFK). De omstandigheden in Europa veranderen snel, dus een kortere MFK is nodig voor een flexibele begroting.

Motie van het lid Dassen over inzetten op verkorting van de looptijd van het MFK

De kamer, constaterende dat het kabinet zich inzet voor modernisering van het Meerjarig Financieel Kader (MFK); overwegende dat het huidige MFK een looptijd van zeven jaar heeft, terwijl de geopolitieke, economische en maatschappelijke omstandigheden in Europa snel kunnen veranderen; verzoekt de regering zich in Europees verband actief in te zetten voor het verkorten van de looptijd van het Meerjarig Financieel Kader als onderdeel van de modernisering van de Europese begroting.
12 maart | Volt | Verworpen: 39–111 |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma CDA over dit onderwerp

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Waarom voor? De partij erkent dat we in 'onrustige tijden' leven waarbij 'geopolitieke ontwikkelingen' economische gevolgen hebben en onzekerheden creëren [2]. Er wordt gepleit voor een Europese meerjarenbegroting die 'nieuwe prioriteiten van de EU moet weerspiegelen' zoals defensie en migratie [1]. Gelet op de noodzaak voor 'leiderschap en doorzettingsmacht' in reactie op geopolitieke ontwikkelingen [5] en de wens om op korte termijn 'ruimte te zoeken' voor keuzes die op de lange termijn leiden tot gezondere financiën [6], kan een kortere looptijd bijdragen aan de benodigde wendbaarheid en 'urgentie en daadkracht' [3].

Waarom tegen? De partij hecht grote waarde aan 'stabiel en duidelijk (financieel) beleid' om inwoners en ondernemers te ondersteunen bij transities [4]. Bovendien pleit de partij in een andere context (de Eerste Kamer) juist voor een verlenging van termijnen om de rol als 'Kamer van bezinning' te versterken [7], wat suggereert dat langere termijnen kunnen bijdragen aan stabiliteit en zorgvuldige afwegingen.

Bronnen:

  1. "De Europese meerjarenbegroting (2028 - 2034) moet ook de nieuwe prioriteiten van de EU weerspiegelen zoals defensie, de energietransitie, innovatie en migratie. Centralisatie van de cohesie- en investeringsfondsen mag niet leiden tot verminderde inspraak en afstemming op lokale behoeften." (0.732)
  2. "We leven in onrustige tijden. Geopolitieke ontwikkelingen en tarievenoorlogen hebben economische gevolgen, leiden tot onzekerheden en bedreigen onze veiligheid en bestaanszekerheid. In de stikstofproblematiek, de netcongestie en de wooncrisis worden de gevolgen van onvoldoende daadkracht en keuzes in de laatste jaren pijnlijk duidelijk. We hebben verzuimd te investeren in de toekomst van Nederland, in onderzoek en innovatie, infrastructuur en arbeidsproductiviteit. Door de dubbele vergrijzing zullen we met minder mensen meer moeten verdienen. Onze sociale zekerheid, zorg en belastingstelsel zijn aan onderhoud en vernieuwing toe, om toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit te borgen." (0.711)
  3. "De Europese economie dreigt te stagneren. Dat noopt tot urgentie, daadkracht en intensieve publiek-private samenwerking. We willen zowel in EU-verband als nationaal ons mededingingsbeleid herzien, innovatie versnellen, investeringen en financieringen stimuleren en vooroplopen in digitale technologie." (0.683)
  4. "Wij willen stabiel en duidelijk (financieel) beleid om de verantwoordelijkheid van inwoners en ondernemers te ondersteunen in adaptatie en transitie, bijvoorbeeld als het gaat om isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en eventuele nieuwe technieken." (0.681)
  5. "We willen meer ruimte voor verscheidenheid, diversiteit en kopgroepen rond belangrijke thema's. Een Europa van verschillende snelheden en variaties versterkt de EU. De geopolitieke ontwikkelingen vereisen wel leiderschap en doorzettingsmacht." (0.681)
  6. "Het CDA staat voor houdbare overheidsfinanciën. Juist door op korte termijn meer ruimte te zoeken, kunnen we de keuzes maken die op lange termijn tot gezondere overheidsfinanciën leiden." (0.677)
  7. "De zittingsduur van de Eerste Kamer wordt verlengd naar zes jaar, waarbij om de drie jaar beurtelings 38 en 37 leden worden gekozen. Dit versterkt de rol van de senaat als 'Kamer van bezinning'." (0.672)