De regering moet de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties zo vormgeven dat geld vooral gaat naar boeren die veel stikstof uitstoten in kwetsbare Natura 2000-gebieden zoals de Veluwe en de Peel. Zo wordt het publiek geld optimaal gebruikt voor maximale stikstofreductie en natuurherstel.
Motie van het lid Koorevaar over de vrijwillige beëindigingsregeling zodanig vormgeven dat bij de toekenning van middelen nadrukkelijk wordt gestuurd op maximale stikstofreductie en natuurwinst
De kamer,
constaterende dat de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr) bedoeld is om stikstofreductie te realiseren en bij te
dragen aan natuurherstel;
constaterende dat het risico bestaat dat via deze regeling relatief dure en
moderne veehouderijbedrijven worden opgekocht die per bestede euro
relatief weinig stikstofreductie en natuurwinst opleveren;
overwegende dat publieke middelen doelmatig en effectief moeten
worden ingezet, zodat met het beschikbaar gestelde budget de maximaal
mogelijke stikstofreductie wordt gerealiseerd;
overwegende dat een groot deel van de bedrijven met hoge emissies die
overwegen te stoppen al zijn gestopt middels eerdere beëindigingsregelingen;
overwegende dat juist in gebieden rond zwaar overbelaste Natura 2000gebieden, zoals de Veluwe en de Peel, substantiële stikstofreductie
noodzakelijk is;
verzoekt de regering de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling
veehouderijlocaties zodanig vorm te geven dat bij de toekenning van
middelen nadrukkelijk wordt gestuurd op maximale stikstofreductie en
natuurwinst door prioriteit te geven aan bedrijven die een relatief grote
bijdrage leveren aan stikstofdepositie op overbelaste Natura
2000-gebieden.