De regering moet een pilot starten waarbij subsidies voor weidevogelbeheer afhankelijk worden gemaakt van het castreren van vrij rondlopende katten op agrarische erven. Dit beperkt de kattenpopulatie op diervriendelijke manier en helpt de broedsucces van weidevogels te verbeteren.
Motie van de leden Den Hollander en Kostic over een pilot binnen het ANLb met castratie van vrij rondlopende katten op het agrarische erf
De kamer,
constaterende dat castratie van vrij rondlopende katten op agrarische
erven kan bijdragen aan betere bescherming van de natuur en verbeterd
dierenwelzijn;
overwegende dat castratie van katten een diervriendelijke manier is om
populatiegroei en territoriumomvang van katten te beperken;
overwegende dat binnen het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
(ANLb) ruimte bestaat om via pilots aanvullende maatregelen te
verkennen die het broedsucces van weidevogels kunnen ondersteunen;
overwegende dat een tijdelijke pilot kan bijdragen aan beter inzicht in de
effectiviteit en uitvoerbaarheid van een dergelijke maatregel;
verzoekt de regering
– in samenwerking met provincies binnen het Agrarisch Natuur- en
Landschapsbeheer (ANLb) een pilot te starten van maximaal drie jaar
in ten minste één provincie, waarbij het verstrekken van subsidies voor
agrarisch natuur- en landschapsbeheer gericht op weidevogels
afhankelijk kan worden gesteld van het aantoonbaar laten castreren
van vrij rondlopende katten die worden gehouden op het agrarisch erf
waarop de subsidie betrekking heeft;
– bij de uitvoering van deze pilot aandacht te besteden aan controle,
registratie en samenwerking met dierenartsen en dierenhulporganisaties;
– de pilot te financieren binnen bestaande middelen voor het ANLb,
mede met mogelijke cofinanciering vanuit dierenartsen en dierenhulporganisaties, zonder aanvullende begrotingsclaim;
– en de Kamer over de uitkomsten van de pilot te informeren.