De regering moet voor de zomer opties bedenken voor een geleidelijke overgang naar de youngtimerregeling en dit in de wetgeving opnemen. Een plotselinge verhoging van de minimumleeftijd van 16 naar 25 jaar in 2027 zou grote problemen opleveren voor kopers en verkopers van youngtimers.
Motie van de leden Grinwis en Oosterhuis over een geleidelijker transitiepad voor de youngtimerregeling
De kamer,
overwegende dat met de aangenomen amendementen (36 812, nr. 102 en
36 813, nr. 9) op het Belastingplan 2026 de youngtimerregeling zodanig
kort voor de ingangsdatum is gewijzigd dat daardoor onbedoelde
neveneffecten voor verkopers en gebruikers van youngtimers zijn
opgetreden, en dat deze effecten nog groter zullen worden als de
minimumleeftijd vanaf 2027 in één stap van 16 naar 25 jaar gaat;
overwegende dat deze onbedoelde neveneffecten te voorkomen zijn met
een andere vormgeving van het transitiepad van de youngtimerregeling,
bijvoorbeeld door de regeling te bevriezen op ingangsjaar 2012, gecombineerd met een hoger bijtellingspercentage over de economische waarde;
spreekt uit dat moet worden afgezien van de verhoging van de minimumleeftijd voor youngtimers van 16 naar 25 jaar in 2027;
verzoekt de regering voor de zomer met opties te komen voor een
geleidelijker transitiepad voor de youngtimerregeling en dit vervolgens in
de relevante wetgeving te verwerken;
verzoekt de regering voorts een voorstel voor een e-timerregeling uit te
werken, zodat elektrische leaseauto’s die na vier of vijf jaar vrijkomen uit
de lease niet langer massaal naar het buitenland worden geëxporteerd, en
hierbij zo nodig een horizonbepaling te hanteren om een toekomstige
onverwachte beëindiging van de regeling te voorkomen.