De regering moet een bindend tijdpad vastleggen voor de overstap van aardgas naar hernieuwbare energie tussen 2032 en 2037. De huidige vrijblijvende aanpak zorgt voor een te grote afhankelijkheid van import en risico op hoge prijzen. Ook moeten er duidelijke afspraken komen over wat er gebeurt als de doelen niet worden gehaald.
Motie van de leden Van Oosterhout en Kostic over een concreet en afdwingbaar tijdpad voor de fysieke overstap van aardgas naar hernieuwbare energie
De kamer,
overwegende dat de overstap van aardgas naar hernieuwbare energie in
de intentieverklaring vrijblijvend is en leidt tot een grotere en langdurige
importafhankelijkheid, met risico’s voor de strategische autonomie van
Nederland en prijsschokken;
overwegende dat de Kamer al verzocht heeft het industrieel gebruik van
kolen op termijn te beëindigen;
overwegende dat de overheid subsidies uittrekt voor wind op zee omdat
de elektrificatie van de industrie achterblijft;
verzoekt de regering een concreet en afdwingbaar tijdpad vast te leggen
voor de fysieke overstap van aardgas naar hernieuwbare energie uiterlijk
tussen 2032 en 2037, inclusief afspraken over de gevolgen bij
niet-nakoming.