Woonruimte voor Defensiepersoneel

De regering moet per Defensielocatie berekenen hoeveel extra woningen er nodig zijn en een plan maken om deze te realiseren. Defensie groeit door het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Veel personeelsleden willen dicht bij hun nieuwe werkplek wonen.

Motie van het lid Peter de Groot over een aanpak voor het realiseren van woonruimte voor Defensiepersoneel en de toewijzing daarvan

De kamer, constaterende dat met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie nieuwe locaties voor de groei van Defensie worden gerealiseerd; overwegende dat een deel van het personeel zich dicht bij deze locatie zal willen huisvesten; verzoekt de regering om per Defensielocatie te bezien hoe groot de extra vraag naar woonruimte is; verzoekt de regering met een aanpak te komen om deze woonruimte te realiseren en te kunnen toewijzen aan Defensiepersoneel.
13 april | VVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij zet sterk in op de noodzaak om defensie uit te breiden [1] en erkent de verplichting om militairen en hun naasten goed te ondersteunen door onder meer goed personeelsbeleid [2]. Daarnaast stelt de partij dat er voor grote woningbouwopgaven een landelijke aanpak nodig is [3] en ziet zij de woningnood als een maatschappelijk probleem dat geraakt moet worden met een 'stevig, samenhangend en koersvast antwoord' [4]. Gezien de groei van defensie en de daarmee gepaard gaande behoeften, sluit het bevorderen van huisvestingsmogelijkheden voor defensiepersoneel direct aan bij de breed gevoelde ambitie om de wooncrisis op te lossen [4][6].

Argumenten tegen: Er is geen directe aanleiding in het verkiezingsprogramma om tegen het faciliteren van huisvesting voor defensiepersoneel te zijn. De enige nuance in het programma is dat uitbreiding van defensielocaties 'altijd in afstemming met lokale overheden' [1] dient te gebeuren en dat men bij woningbouw kiest voor verantwoorde locaties qua water, bodem en bereikbaarheid [5]. Indien de motie zou dwingen tot rigide toewijzingen die lokale autonomie of ruimtelijke ordeningskaders schenden zonder overleg, zou dit op gespannen voet kunnen staan met deze gestelde kaders.

Bronnen:

  1. "We investeren de komende jaren fors in defensie om te kunnen voldoen aan de NAVO-norm om in 2035 3,5% van ons BBP uit te geven aan defensie en daarnaast 1,5% aan bijvoorbeeld infrastructuur die ook defensie ten goede komt. Naast financiële ruimte is er fors meer fysieke ruimte nodig om te kunnen uitbreiden en om meer op Nederlands grondgebied te kunnen oefenen. De uitbreiding van kazernes en oefenterreinen gebeurt altijd in afstemming met lokale overheden. Er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met lokale wensen, bijvoorbeeld als het gaat om infrastructuur. Bij nieuwe kazernes kijken we met nadruk naar gebieden waar deze ook een bijdrage kunnen leveren aan economische ontwikkeling en werkgelegenheid."
  2. "Militairen en hun naasten brengen persoonlijke offers voor onze veiligheid. Dit verplicht de samenleving om militairen, hun thuisfront en veteranen goede ondersteuning te bieden in de vorm van goed personeelsbeleid en goed(e) veteranenzorg en -beleid. Met de groei van defensie, groeit de geestelijke verzorging navenant mee."
  3. "Het is hard nodig om grote keuzes voor de toekomst van Nederland te durven nemen. Het Rijk komt daarom eindelijk met de langverwachte 'Nota Ruimte'. Daarin worden grote structuurkeuzes gemaakt, zoals de Lelylijn, Nedersaksenlijn, het aanwijzen van grootschalige nieuwbouwlocaties, Deltawind21 in combinatie met een derde Maasvlakte en natuurontwikkeling. Tegelijk stimuleren we de leefbaarheid in álle delen van het land van stad tot platteland - en bevorderen we ruimtelijke solidariteit tussen regio's. Voor grote woningbouwopgaven komt een landelijke aanpak, zoals eerder bij de VINEX-wijken. Zo zorgen we dat bouwen sneller en beter gebeurt, op plekken die toekomstbestendig en bereikbaar zijn. Ook komt er een nieuwe ruilverkaveling om boeren toekomstperspectief te geven en landbouwgronden logischer en duurzamer in te richten."
  4. "Steeds vaker zien we het gebeuren: een stadswijk waar agenten of verpleegkundigen geen woning meer kunnen betalen. Een dorp waar jonge gezinnen zich niet meer kunnen vestigen, waardoor de toekomst van de basisschool en de buurtsuper onzeker wordt. De woningnood is niet langer een individueel probleem, maar raakt de samenleving als geheel. De verschillen op de woningmarkt worden steeds groter. Terwijl sommigen met gemak een huis kunnen kopen, blijven anderen langdurig vastzitten in onbetaalbare huur, in het ouderlijk huis op zolder, of vinden helemaal geen plek om te wonen. Dat heeft veel oorzaken: een tekort aan woningen, te weinig sociale huur, en een markt die vooral kansen biedt aan wie al bezit heeft. Of het nu in dorpen op het platteland, of in de stadswijken is: we hebben veel meer betaalbare woningen nodig. Kortom: er is een stevig, samenhangend en koersvast antwoord nodig om de wooncrisis op te lossen."
  5. "We bouwen waar dat kan eerst binnen de dorpen en steden. Vooral in dorpen stimuleren we uitbreidingen met 'een buurtje erbij', zodat jongeren en starters in hun eigen dorp kunnen blijven wonen. Dit is hard nodig om voorzieningen zoals kerken, scholen, winkels en sportverenigingen in de toekomst te behouden. Grotere nieuwbouwlocaties buiten de dorpen en steden, die nodig zijn om de woningnood op te lossen, worden gebouwd op plekken die verantwoord zijn qua gesteldheid van water en bodem én goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Zo houden we Nederland leefbaar én bereikbaar."
  6. "Een eigen huis is meer dan een dak boven je hoofd. Het is de plek waar je thuiskomt na een lange dag, waar je herinneringen maakt, relaties opbouwt en je kinderen opgroeien. Een dak boven je hoofd is geen luxe, maar een eerste levensbehoefte. Toch is die basis voor steeds meer mensen onbereikbaar geworden. Jongeren blijven noodgedwongen thuis wonen, gezinnen stellen belangrijke levenskeuzes uit en senioren vinden nauwelijks een woning die past bij hun nieuwe levensfase. En het meest schrijnend: het aantal daken thuislozen stijgt alarmerend, ook onder kinderen."