Gelijke toegang tot het openbaar vervoer

De regering moet zorgen voor landelijke regels en strengere controle op de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Nu verschilt de kwaliteit per regio, wat leidt tot ongelijkheid. Mensen met een visuele beperking zijn vaak volledig afhankelijk van het openbaar vervoer. Zij kunnen niet wachten op verbeteringen die pas over vele jaren komen.

Motie van het lid Schutz c.s. over versneld toewerken naar een rapportage over de toegankelijkheid van het openbaar vervoer

De kamer, constaterende dat de toegankelijkheid van het openbaar vervoer, inclusief die van mensen met een visuele beperking, op grond van het Bestuursakkoord Toegankelijk Openbaar Vervoer 2022–2032 een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van Rijk, provincies, vervoerregio’s en gemeenten; overwegende dat het Rijk in 2024 30 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld om de toegankelijkheid te verbeteren; overwegende dat de voortgang in de uitvoering van maatregelen voor toegankelijk openbaar vervoer tussen regio’s en gemeenten sterk uiteenloopt en vaak aan grootonderhoudsprogrammering wordt gekoppeld, waardoor reizigers met een beperking afhankelijk zijn van lokale prioritering en dit leidt tot ongelijkheid in toegankelijkheid; overwegende dat actuele horizonnen als 2040, respectievelijk 2047, moeilijk uitlegbaar zijn in relatie tot artikelen 9 en 20 van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waar Nederland sinds 2016 bij is aangesloten, omdat mensen met een visuele beperking vaak geen andere keuze hebben dan reizen met het openbaar vervoer; overwegende dat versnippering in aanpak, beperkte normstelling en monitoring de realisatie van een landelijk samenhangend en voorspelbaar toegankelijk openbaarvervoerssysteem belemmert; overwegende dat het Rijk een stelselverantwoordelijkheid heeft voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en daarmee een regisserende rol dient te vervullen wanneer de voortgang achterblijft; verzoekt de regering om: kst-23645-893 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 893 1 – – – te bevorderen dat binnen het kader van het Bestuursakkoord Toegankelijk Openbaar Vervoer versneld wordt toegewerkt naar rapportage over toegankelijkheid; meer landelijke uniformiteit in normen, monitoring aanvullende bestuurlijke instrumenten in te zetten om achterblijvende regio’s en gemeenten aan te spreken op hun voortgang; de Kamer periodiek te informeren over regionale verschillen in voortgang en de maatregelen die worden genomen om deze verschillen te verkleinen.
12 mei | VVD, CDA, D66, GL-PvdA, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat er toegankelijke vervoersopties moeten zijn voor mensen met een beperking [1]. Daarnaast wil de partij voorkomen dat er een 'Nederland van twee snelheden' ontstaat [3] en streeft zij ernaar dat iedereen in Nederland zich veilig, betaalbaar en betrouwbaar kan verplaatsen [2]. De partij pleit bovendien voor structurele aandacht voor gebieden met beperkte bereikbaarheid en achterstallig onderhoud om sociale en economische achterstanden te voorkomen [5][4].

Argumenten tegen: De partij pleit in dunbevolkte gebieden voor maatwerk en flexibele vervoersoplossingen [6], wat mogelijk in conflict kan zijn met de wens uit de motie voor meer landelijke uniformiteit in normen.

Bronnen:

  1. "Beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar openbaar vervoer. Openbaar vervoer (OV) moet beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar zijn, ook buiten de Randstad. In dunbevolkte gebieden stimuleren we kleinschalige vormen zoals buurtbusjes, OV-op-afroep en deelvervoer. Ook voor mensen met een beperking dienen er toegankelijke vervoersopties te zijn."
  2. "Nederland is groot geworden dankzij zijn sterke verbindingen over weg, water, spoor en lucht. Die infrastructuur is essentieel voor onze economie, woningbouw, energietransitie en nationale veiligheid. Maar de ruggengraat piept en kraakt: jarenlang beleid dat vooral gericht was op kostenbeheersing en stedelijke knooppunten heeft geleid tot achteruitgang in regio's en buitengebieden. Openbaar vervoer verdwijnt, voorzieningen sluiten en bereikbaarheid neemt af. BBB vindt dat dit anders moet: iedereen in Nederland, van Randstad tot Achterhoek en van Heuvelland tot de Wâlden, moet zich veilig, betaalbaar en betrouwbaar kunnen verplaatsen."
  3. "OV in de regio. Steden en buitengebieden moeten goed bereikbaar blijven via OV, weg, water en digitaal. Openbaar vervoer is op dit moment geen vanzelfsprekendheid in grote delen van het land. Sluitingen van buslijnen en treinstations zorgen voor isolatie van dorpen en kleine steden. De auto blijft zeker voor landelijke gebieden onmisbaar. BBB wil geen Nederland van twee snelheden."
  4. "Er moet structurele aandacht zijn voor gebieden die te maken hebben met beperkte bereikbaarheid en achterstallige investeringen en onderhoud, om sociale en economische achterstanden te voorkomen. Daardoor wordt de leefbaarheid verbeterd en worden kansen vergroot."
  5. "Structurele aandacht voor gebieden die te maken hebben met beperkte bereikbaarheid en achterstallige investeringen en onderhoud."
  6. "In dunbevolkte gebieden vraagt dat om maatwerk. BBB pleit voor kleinschalige, flexibele vervoersoplossingen zoals buurtbussen, taxi's of slimme mobiliteitsdiensten, ondersteund door digitalisering. Er zal anders moeten worden nagedacht over openbaar vervoer in krimpregio's en de auto zal als essentieel vervoermiddel in de regio worden erkend. Tegelijk wil BBB dat de samenleving zo wordt ingericht dat voorzieningen dichtbij zijn, zodat mensen minder hoeven te reizen. Mobiliteit raakt aan vrijheid, leefbaarheid en economische kansen. Daarom kiest BBB voor bereikbaarheid met gezond verstand: infrastructuur die stad en regio verbindt en mensen centraal stelt."