De regering moet India verzoeken om de vader van Insiya uit te leveren. Hiervoor kan het uitleveringsverdrag uit 1898 worden gebruikt.
Motie van het lid Van der Plas over India met een beroep op het geldende uitleveringsverdrag uit 1898 verzoeken om uitlevering van de vader van Insiya aan Nederland
De kamer,
verzoekt de regering India met een beroep op het geldende uitleveringsverdrag uit 1898 te verzoeken om uitlevering van de vader van Insiya aan
Nederland en de Kamer (vertrouwelijk) te informeren over de reactie van
India.
Argumenten voor: De partij vindt dat daders vaker strengere straffen moeten krijgen en dat de strafvordering beter moet aansluiten bij de ernst van het delict [1].
Argumenten tegen: Er is geen informatie in de beschikbare fragmenten die redenen geeft om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Te vaak krijgen daders voorwaardelijke straffen of taakstraffen. Dit moet strenger, zeker bij herhaling. Strafvorderingsrichtlijnen van het OM moeten beter aansluiten bij de ernst van het delict en de impact op de samenleving."