Hulp voor varkenshouders bij Chinese tarieven

De regering moet de Europese Commissie vragen om harder op te treden tegen de Chinese importheffingen op varkensvlees. Ook moet de regering compensatie regelen voor Nederlandse varkenshouders. China heeft tarieven van bijna 20% ingevoerd. Hierdoor lijden Nederlandse exporteurs grote economische schade.

Motie van het lid Chris Jansen over een doortastendere aanpak tegen Chinese antidumpingtarieven op Europees varkensvlees

De kamer, constaterende dat de Chinese overheid definitieve antidumpingtarieven tot bijna 20% heeft ingevoerd op Europees varkensvlees, wat de Nederlandse exportpositie zwaar onder druk zet; van mening dat de Europese Commissie tot nu toe een veel te afwachtende houding aanneemt, terwijl de Nederlandse sector direct economische schade lijdt; verzoekt de regering om bij de Europese Commissie te vragen om een doortastendere aanpak tegen deze Chinese antidumpingtarieven en te pleiten voor compensatiemaatregelen voor de getroffen Nederlandse varkenshouders zolang deze tarieven van kracht zijn.
21 mei | PVV | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar 'vrijhandel met spierballen' en vindt het onacceptabel wanneer landen de spelregels schenden of ondernemers benadelen door hun markt af te schermen [2]. Tegenover dergelijke landen wil de partij hard optreden en steunt zij de Europese Commissie bij het inzetten van instrumenten om een gelijk speelveld af te dwingen [2]. Specifiek met betrekking tot China stelt de partij dat dit land geen betrouwbare handelspartner is [1] en het als een systeemrivaal en bedreiging voor de economie beschouwt [3]. Bovendien vindt de partij dat de industrie moet kunnen opboksen tegen oneerlijke concurrentie uit landen als China en dat het gelijke speelveld hierin hersteld moet worden [4]. De partij pleit voor een EU die levert op handel en economische veiligheid, waarbij een 'kopgroep' van landen doorpakt waar anderen stilvallen [1], wat aansluit bij de wens voor een doortastendere aanpak tegenover China [5].

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die reden zouden geven om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Europese landen moeten samen sterker worden op het wereldtoneel. We kunnen niet langer verwachten dat de VS altijd ingrijpen of dat China een betrouwbare handelspartner blijft. Dat vraagt om een EU die levert op handel en economische veiligheid, en om hechtere samenwerking tussen Europese NAVO-landen. Europa moet zich ontwikkelen tot een derde geopolitieke macht naast de VS en China. We hebben een Europees front nodig van landen die bereid zijn te doen wat nodig is, met een kopgroep die doorpakt waar anderen stilvallen. De coalition of the willing voor een vredesmacht in Oekraïne laat zien hoe pragmatische Europese samenwerking kan werken."
  2. "Vrijhandel met spierballen: Als handelsland is openheid ons uitgangspunt. Maar we hebben te vaak gezien dat deze openheid wordt misbruikt door landen die zelf hun markt afschermen of met oneerlijke staatssteun onze ondernemers benadelen. Dat is naïef en onacceptabel. Daarom kiezen we voor vrijhandel met spierballen. Tegenover landen die de spelregels schenden, treden we hard op. Gerichte importheffingen of andere maatregelen kunnen noodzakelijk zijn om onze strategische sectoren te beschermen. We steunen de Europese Commissie om deze instrumenten in te zetten om zo een gelijk speelveld af te dwingen."
  3. "China behandelen als systeemrivaal: China vormt een bedreiging voor onze veiligheid en economie. We moeten daarom de afhankelijkheid van Chinese grondstoffen, technologie en infrastructuur verkleinen. Vitale aanbieders en hoogwaardige technologie worden beschermd tegen ongewenste invloed, met harde investeringsscreening. Samen met gelijkgezinde landen bouwen we aan economische weerbaarheid en zetten we stevig in op technologische soevereiniteit."
  4. "Wat de komende jaren extra aandacht vergt is de industrie. Een vertrek van de (basis)industrie maakt ons afhankelijker van andere landen. De industrie staat bijvoorbeeld aan de basis van de productie van nachtkijkers voor het leger, infuuszakken voor het ziekenhuis en de schoenen waar je dagelijks op loopt. Ook zorgen ze voor innovatie. We hebben tijdens de coronacrisis gezien waarom het belangrijk is dat zulke zaken in Nederland of Europa kunnen worden gemaakt. Onze (basis)industrie moet opboksen tegen oneerlijke concurrentie uit landen als China en kampt met hoge energieprijzen. Een onwerkbare situatie. Ook het probleem van een overvol stroomnet moet écht worden opgelost. Het gelijke speelveld voor de (basis)industrie moet worden hersteld zodat zij kan verduurzamen én concurrerend kan blijven."
  5. "Maar de huidige tijd vraagt om meer. Vrijhandel staat onder druk door handelstarieven die met de dag veranderen. Steeds meer landen bieden staatssteun aan bedrijven en voeren een actieve industriepolitiek. Economie wordt ingezet als machtsmiddel. Het antwoord op deze ontwikkeling schuilt voor Nederland in het makkelijker maken van zakendoen in Europa en over de grens. Door als Nederland en Europa sterk te zijn, zijn we beter opgewassen tegen andere landen en kunnen we de spelregels bepalen. Dat betekent in de Europese Unie het gelijktrekken van regels voor ondernemers. En buiten de EU, door nieuwe handelsvrienden te maken, bijvoorbeeld in Zuid-Amerika of met India. Tegelijkertijd moeten de investeringen in moderne technologieën in ons land fors omhoog, zoals in quantummechanica, chips en kunstmatige intelligentie, zoals in de Nationale Technologiestrategie. Zo kunnen we technologische leiders worden in plaats van volgers. Het is daarbij belangrijk dat ondernemers goed kunnen samenwerken met de overheid en met kennisinstellingen."