Stop dwangarbeid van Oeigoeren uit China

De regering moet de Europese Anti-dwangarbeidverordening zo streng mogelijk invoeren in Nederland. Deze Europese regels moeten voorkomen dat producten die met dwangarbeid zijn gemaakt, worden verkocht. In China is er sprake van grootschalige dwangarbeid van Oeigoeren.

Motie van het lid Van Baarle over de Anti-dwangarbeidverordening nationaal zo streng en doelgericht mogelijk implementeren om dwangarbeid door Oeigoeren tegen te gaan

De kamer, constaterende de grootschalige staatsgeleide dwangarbeid van Oeigoeren in China; constaterende dat de Europese Anti-dwangarbeidverordening vanaf 2027 van toepassing wordt en Nederland momenteel werkt aan de nationale implementatie daarvan; verzoekt de regering om de Anti-dwangarbeidverordening nationaal zo streng en doelgericht mogelijk te implementeren om dwangarbeid door Oeigoeren tegen te gaan.
21 mei | DENK | Aangenomen: 123–27 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 100%)

Argumenten voor: De partij spreekt zich expliciet uit voor de mensenrechten van de Oeigoeren en geeft aan bereid te zijn om hier consequenties aan te verbinden, zoals handelsbeperkingen [1]. Daarnaast wil de partij de import van goedkope producten uit China beperken via EU-instrumenten en nationaal beleid [2]. Verder pleit de partij voor ambitieuze en bindende IMVO-wetgeving, waarbij EU-regels juist aangescherpt moeten worden [3] om te voorkomen dat bedrijven mensenrechten schenden in hun productieketens, zeker in hoogrisicogebieden [4].

Argumenten tegen: Er is geen informatie in de verstrekte fragmenten die wijst op redenen om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Nederland spreekt zich uit voor mensenrechten en het recht op zelfbeschikking van onderdrukte volken, zoals de Oeigoeren en Tibetanen, en is niet bang om daar ook consequenties aan te verbinden, zoals handelsbeperkingen."
  2. "Er wordt paal en perk gesteld aan de import van goedkope producten uit China. Hiervoor worden de EU-instrumenten zoals CBAM en ESPR gebruikt, aangevuld met nationaal beleid."
  3. "Nederland maakt zich hard voor ambitieuze IMVO-wetgeving. Belangrijke EU-regels, zoals de anti-wegkijkwet en anti-ontbossingswet, worden niet verzwakt maar juist aangescherpt. Parallel aan de invoering van nationale en Europese IMVO-wetgeving zet Nederland in op internationaal bindende afspraken voor multinationale ondernemingen in het kader van de onderhandelingen voor een VN-verdrag 'mensenrechten en bedrijfsleven'. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt gerespecteerd, producenten in ontwikkelingslanden krijgen hulp om hieraan te voldoen."
  4. "Er komt bindende Nederlandse IMVO-wetgeving, in lijn met internationale richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten van de OESO en de Verenigde Naties. De wetgeving verplicht bedrijven om schending van mensenrechten (inclusief kinderrechten), milieuvervuiling, aantasting van dierenwelzijn en biodiversiteitsverlies in hun productieketens te identificeren, te voorkomen en aan te pakken. Er komen geen uitzonderingen voor bepaalde sectoren, zoals de financiële sector. Ook moeten bedrijven bijdragen aan herstel van schade. In de wetgeving komen extra verplichtingen voor bedrijven die actief zijn of zakenrelaties hebben in conflict- en hoogrisicogebieden. De IMVOwetgeving zal ervoor zorgen dat Nederlandse bedrijven in het buitenland niet bijdragen aan landroof en andere vormen van landongelijkheid."