Wet aanscherpen tegen geweld in groepen

De regering moet artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (het wetboek met alle strafbare feiten) aanscherpen. Geweld in groepsverband komt veel voor bij jongeren in jeugddetentie, maar de huidige wet wordt bijna nooit gebruikt om deze daders te veroordelen.

Motie van het lid Faber over artikel 141 aanpassen zodat openlijke geweldpleging in groepsgedrag vaker leidt tot een veroordeling

De kamer, constaterende dat uit onderzoek van de Academische Werkplaats Risicojeugd naar voren is gekomen dat 81% van de jongeren in jji’s verdacht is van of veroordeeld is voor gewelddadige delicten en dat 71% van die delicten is gepleegd in groepsverband; overwegende dat op dit moment artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht een wettelijke basis biedt om openlijke geweldpleging met meerdere personen strafbaar te stellen, maar dit vrijwel niet gebeurt; verzoekt de regering het desbetreffende artikel aan te scherpen, zodat openlijke geweldpleging in groepsverband vaker leidt tot een veroordeling van de personen die deel uitmaken van de groep waarvan één of meer leden geweld plegen tegen personen of goederen.
27 mei | PVV | Verworpen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma DENK

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil inzetten op het vergroten van de veiligheid [1] en noemt handhaving in de context van de aanpak van rechts-extremisme [2].

Argumenten tegen: De partij wil criminaliteit voorkomen door te investeren in onderwijs, jongerenwerk, begeleiding en kansen [1]. Daarnaast richt de partij zich op de brede ondersteuning van jongeren op gebieden zoals arbeid, wonen en mentale zorg [3].

Bronnen:

  1. "Wij willen voor het vergroten van de veiligheid inzetten op meer investeringen in het voorkomen van criminaliteit. Door begeleiding en kansen willen wij onze jongeren op het rechte pad houden. We investeren in onderwijs en jongerenwerk. Preventie krijgt structureel meer budget in het veiligheidsbeleid."
  2. "Er moet een Nationaal Programma Aanpak Rechts-extremisme komen, gericht op preventie, handhaving en deradicalisering."
  3. "Een Minister voor de Jongerenagenda die het jongerenbeleid coördineert, van onderwijs tot arbeid, wonen en mentale zorg."