Europese voorkeur voor ICT-leveranciers

De regering moet bij het EU Tech Sovereignty Package (een Europees plan voor digitale onafhankelijkheid) kiezen voor een sterk Europees voorkeursprincipe voor ICT-leveranciers. Nu is het kabinet te voorzichtig vergeleken met andere landen. Een Europees voorkeursprincipe helpt om digitale technologie in Europa te houden.

Motie van het lid Kathmann over een positieve grondhouding voor een vergaand Europees voorkeursprincipe voor ICT-leveranciers

De kamer, constaterende dat de Kamer heeft uitgesproken een «Europees, tenzij»principe te willen hanteren bij het aanbesteden van digitale infrastructuur, motie-El Boujdaini (26 643, nr. 1478); overwegende dat de EU Tech Sovereignty Package een Europees voorkeursprincipe voorstelt, maar het kabinet hierin een terughoudende positie inneemt ten opzichte van andere lidstaten; verzoekt de regering om in haar inzet bij de EU Tech Sovereignty Package een positieve grondhouding aan te nemen over een verregaand Europees voorkeursprincipe voor ICT-leveranciers.
3 juni | GL-PvdA |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij pleit voor het versterken van de Europese digitale infrastructuur en eigen technologische alternatieven, zoals Europese clouds, om de afhankelijkheid van Amerikaanse software en clouddiensten te verminderen en de autonomie te behouden [1]. Daarnaast moet de EU volgens de partij onafhankelijker worden van onbetrouwbare grootmachten door meer focus te leggen op technologische kracht en economische weerbaarheid [4]. Ook wil de partij digitale apparatuur uit landen met een offensieve cyberagenda weren uit kritieke sectoren [2].

Argumenten tegen: De partij stelt dat de overheid bij aanbestedingen in essentie moet streven naar de beste producten of diensten tegen de laagste prijs, met het oog op het gebruik van belastinggeld [3]. Verder wordt aangegeven dat een belangrijk antwoord op de huidige economische ontwikkelingen het makkelijker maken van zakendoen in Europa en het gelijktrekken van regels voor ondernemers binnen de EU is [5].

Bronnen:

  1. "Nederland en Europa moeten minder afhankelijk worden van Amerikaanse software, clouddiensten en datacentra: De VVD pleit daarom voor versterking van de Europese digitale infrastructuur en eigen technologische alternatieven (Nederlandse en Europese clouds), zodat we onze autonomie behouden, risico's beperken en vitale processen niet in buitenlandse handen leggen."
  2. "Spionage harder straffen: Om onze nationale veiligheid te beschermen, blijven we in kritieke sectoren digitale apparatuur weren uit landen met een offensieve cyberagenda. Kritieke sectoren zoals havens, luchthavens, telecombedrijven en bewakingssystemen mogen geen technologie uit risicolanden gebruiken. Tegelijkertijd verhogen we de straffen fors voor statelijke spionage. We verbeteren de opsporing, sluiten bedrijven en personen met banden met vijandige regimes uit van strategische sectoren, en beperken diplomatieke toegang. Spionage vanuit ambassades wordt niet getolereerd: bij aantoonbare ondermijning gaan we vaker over tot uitwijzing."
  3. "Slim aanbesteden van de overheid: De overheid moet in haar aanbestedingen in essentie streven naar de beste producten of diensten tegen de laagste prijs. Het gaat immers om belastinggeld. We willen echter dat de overheid voortaan in haar aanbestedingsbeleid vaker het Nederlandse bedrijfsleven voortrekt en belangrijke transities een zetje geeft, zoals de overgang naar een circulaire economie. De overheid treedt dan op als launching customer. Dit resulteert op de langere termijn in een sterkere economie, waar alle Nederlanders profijt van hebben."
  4. "Een EU die onze veiligheid versterkt: Europese samenwerking moet onze veiligheid, vrijheid en welvaart versterken. Dit vraagt om meer focus op gezamenlijke defensie, technologische kracht en economische weerbaarheid. De EU moet onafhankelijker worden van onbetrouwbare autocratische grootmachten en sancties sneller en effectiever kunnen handhaven. We kiezen voor slimme investeringen in innovatie en veiligheid, minder bureaucratie en een Europa dat zijn strategische belangen kan beschermen."
  5. "Maar de huidige tijd vraagt om meer. Vrijhandel staat onder druk door handelstarieven die met de dag veranderen. Steeds meer landen bieden staatssteun aan bedrijven en voeren een actieve industriepolitiek. Economie wordt ingezet als machtsmiddel. Het antwoord op deze ontwikkeling schuilt voor Nederland in het makkelijker maken van zakendoen in Europa en over de grens. Door als Nederland en Europa sterk te zijn, zijn we beter opgewassen tegen andere landen en kunnen we de spelregels bepalen. Dat betekent in de Europese Unie het gelijktrekken van regels voor ondernemers. En buiten de EU, door nieuwe handelsvrienden te maken, bijvoorbeeld in Zuid-Amerika of met India. Tegelijkertijd moeten de investeringen in moderne technologieën in ons land fors omhoog, zoals in quantummechanica, chips en kunstmatige intelligentie, zoals in de Nationale Technologiestrategie. Zo kunnen we technologische leiders worden in plaats van volgers. Het is daarbij belangrijk dat ondernemers goed kunnen samenwerken met de overheid en met kennisinstellingen."