Voorkomen dat regels de woningbouw remmen

De regering moet provincies en gemeenten aanspreken als zij te strenge eisen stellen aan woningbouw. De Wet versterking regie volkshuisvesting regelt de betaalbaarheid van woningen al. Strengere lokale regels maken het namelijk moeilijker om extra wijken te bouwen. Dit remt de bouw van nieuwe woningen.

Motie van het lid Flach over gemeenten en provincies erop aanspreken als die betaalbaarheidseisen voor woningbouw strenger stellen

De kamer, constaterende dat de Wet versterking regie volkshuisvesting betaalbaarheidseisen voor woningbouw oplegt; overwegende dat provincies en gemeenten deze eisen niet strenger moeten stellen, indien dit leidt tot hogere drempels voor extra woningbouw, en dat de mogelijkheden voor «een wijkje erbij» gebruikt moeten worden in plaats van ontmoedigd; verzoekt de regering provincies en gemeenten hierop aan te spreken, zoals recent ook gedaan is in de richting van de provincie Zuid-Holland, en zo nodig aanvullende stappen te zetten indien deze drempels blijven bestaan.
3 juni | SGP | Aangenomen: 120–30 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil voorkomen dat bouwplannen vastlopen in complexe regels of procedures [4] en wil de mogelijkheden om sneller te bouwen vergroten, bijvoorbeeld door bezwaarprocedures te verkorten [1]. Ze stimuleren specifiek de uitbreiding van dorpen met "een buurtje erbij" om jongeren en starters de kans te geven in hun eigen dorp te blijven wonen [2]. Daarnaast pleit de partij voor een overheid die regie neemt in de volkshuisvesting [5] en een landelijke aanpak om grote woningbouwopgaven sneller en beter uit te voeren [6].

Argumenten tegen: De partij wil dat er in alle dorpen en steden een vast percentage betaalbare woningen wordt gebouwd, namelijk twee derde betaalbare koop- en huurwoningen, inclusief 30 procent sociale huur [3895, 3919]. Bovendien willen zij gemeenten de opdracht geven om deze mix van woningen juist op wijkniveau in te vullen [3], wat zou kunnen betekenen dat zij wel degelijk lokale eisen willen stellen aan de samenstelling van wijken.

Bronnen:

  1. "Rijk, provincie, gemeente en waterschap samenwerken. Alle provincies moeten meer plancapaciteit gaan programmeren, om het aantal gebouwde woningen te vergroten. Er worden steeds meer woningen in de fabriek gebouwd. Dit moedigen we aan en vereenvoudigen we door een landelijke goedkeuring, zodat niet elk project apart beoordeeld hoeft te worden. We maken het mogelijk om sneller belangrijke infrastructuur aan te leggen, zoals elektriciteitsvoorzieningen of bescherming tegen overstromingen. Hiervoor komt een wet of tijdelijke regeling. Provincies krijgen de taak om snel plannen op te stellen voor bescherming van diersoorten, zodat bouwen en natuur beter samengaan. Bezwaarprocedures worden korter: mensen of groepen zonder direct belang kunnen geen eindeloze vertraging meer veroorzaken. De Raad van State gaat werken met een snelle toets vooraf (zoals in Duitsland), om onnodige rechtszaken eruit te filteren."
  2. "We bouwen waar dat kan eerst binnen de dorpen en steden. Vooral in dorpen stimuleren we uitbreidingen met 'een buurtje erbij', zodat jongeren en starters in hun eigen dorp kunnen blijven wonen. Dit is hard nodig om voorzieningen zoals kerken, scholen, winkels en sportverenigingen in de toekomst te behouden. Grotere nieuwbouwlocaties buiten de dorpen en steden, die nodig zijn om de woningnood op te lossen, worden gebouwd op plekken die verantwoord zijn qua gesteldheid van water en bodem én goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Zo houden we Nederland leefbaar én bereikbaar."
  3. "Goed samenleven begint met allemaal je eigen verantwoordelijkheid nemen. Maar ook hoe wijken fysiek worden ingericht, heeft grote invloed op hoe een wijk functioneert. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat wijken niet worden verdeeld naar inkomen. Om dat aan te moedigen bouwen we in alle dorpen en steden twee derde betaalbare koop- en huurwoningen, waaronder 30 procent sociale huur. We zorgen voor gemengde wijken, waar mensen met verschillende achtergronden en inkomens samenleven. Gemeenten krijgen de opdracht om dit niet alleen op papier, maar juist op wijkniveau in te vullen. We geven maximaal ruimte aan wooncoöperaties, gemeenschappelijke woonvormen of vormen van collectief particulier opdrachtgeverschap, door regelgeving daarvoor te vereenvoudigen."
  4. "Deze wooncrisis is niet uit de lucht komen vallen. Te veel plannen liepen vast in complexe regels of procedures, en goede bouwgrond bleef braak liggen. Inmiddels komen we meer dan 400.000 woningen tekort en in plaats van meer worden er minder bouwvergunningen afgegeven. Doordat we de laatste decennia een ongebalanceerde mix van goedkopere en duurdere woningen bouwden, namen niet alleen het tekort aan betaalbare woningen toe, maar ook de geografische verschillen. Oude volkswijken verpauperden en de leefbaarheid holde daar achteruit."
  5. "Maar het kan anders. De ChristenUnie kiest voor een overheid die regie neemt in de volkshuisvesting om betaalbaar en toekomstbestendig te bouwen. We zorgen voor een rechtvaardiger woningmarkt die woningzoekenden en huurders niet langer benadeelt. We investeren in betaalbare woningen voor jong en oud, bouwen aan gemengde wijken en dorpen waar mensen elkaar kennen en omzien naar elkaar."
  6. "Het is hard nodig om grote keuzes voor de toekomst van Nederland te durven nemen. Het Rijk komt daarom eindelijk met de langverwachte 'Nota Ruimte'. Daarin worden grote structuurkeuzes gemaakt, zoals de Lelylijn, Nedersaksenlijn, het aanwijzen van grootschalige nieuwbouwlocaties, Deltawind21 in combinatie met een derde Maasvlakte en natuurontwikkeling. Tegelijk stimuleren we de leefbaarheid in álle delen van het land van stad tot platteland - en bevorderen we ruimtelijke solidariteit tussen regio's. Voor grote woningbouwopgaven komt een landelijke aanpak, zoals eerder bij de VINEX-wijken. Zo zorgen we dat bouwen sneller en beter gebeurt, op plekken die toekomstbestendig en bereikbaar zijn. Ook komt er een nieuwe ruilverkaveling om boeren toekomstperspectief te geven en landbouwgronden logischer en duurzamer in te richten."