Steun voor energie- en warmtegemeenschappen

De regering moet een programma opzetten om energie- en warmtegemeenschappen te stimuleren door subsidies en regelingen te bundelen. Deze gemeenschappen maken het energiesysteem betaalbaar en sterk. Ook helpen ze om het energienet te ontlasten.

Motie van de leden Van Oosterhout en Kröger over regelingen, subsidies en middelen bundelen om energie- en warmtegemeenschappen te stimuleren

De kamer, verzoekt de regering de bijdrage te erkennen die energie- en warmtegemeenschappen kunnen leveren aan een betaalbaar en weerbaar energiesysteem en aan de ontlasting van het energienet; verzoekt de regering om regelingen, subsidies en middelen te bundelen in een gericht programma om energie- en warmtegemeenschappen te stimuleren.
3 juni | GL-PvdA | Aangenomen: 108–42 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij spreekt expliciet haar steun uit voor lokale initiatieven, zoals energiegemeenschappen, en wil deze ondersteunen en uitbreiden [1]. Daarnaast wil de partij coöperatief eigendom en beheer van nieuwe duurzame energiebronnen stimuleren [2]. Ook bij de inzet op warmte- en koudenetten wordt vermeld dat de partij bewonersinitiatieven hierin wil ondersteunen [3]. Tot slot wil de partij het lokale aanbod van zon en wind beter afstemmen op de lokale energievraag [2].

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte tekst geen argumenten te vinden die tegen het stimuleren van energie- en warmtegemeenschappen pleiten.

Bronnen:

  1. "Steun voor lokale initiatieven. De laatste jaren zijn op tal van plekken initiatieven gestart voor de verduurzaming van wijken, zoals energiegemeenschappen en witgoedregelingen waarbij huishoudens met een laag inkomen hun oude, energieslurpende koelkast, vriezer of wasmachine kunnen inruilen voor een energiezuinig exemplaar. Dit soort succesvolle initiatieven en regelingen ondersteunen we en breiden we uit."
  2. "Ruimte op het energienet. Met snellere uitbreiding van het elektriciteitsnet zijn we eerder onafhankelijk van fossiele subsidies. We komen met een Energieversnellingswet, die regelt dat vergunningen voor kritieke energieinfrastructuur, zoals voor verdeelstations en extra stroomkabels, eerder kunnen worden afgegeven. Ook krijgt de aanleg van deze infrastructuur voorrang als er door de beperkte stikstofruimte keuzes gemaakt moeten worden welke activiteiten mogelijk zijn. Daarnaast gaan we slimmer gebruik maken van het elektriciteitsnet. Bijvoorbeeld door bedrijven en huishoudens te stimuleren om buiten de spits stroom te gebruiken, oplossingen als batterijen en elektrolyse te ondersteunen, en de lokale energievraag beter af te stemmen met het lokale aanbod uit zon en wind. Partijen met een maatschappelijk belang krijgen voorrang op het net. We stimuleren coöperatief eigendom en beheer van nieuwe duurzame energiebronnen. De overheid stuurt actief op een eerlijk en duurzaam energiesysteem en onderzoekt waar energie in publieke handen moet komen. Kosten voor huishoudens en bedrijven houden we laag door energienetten langer te gebruiken, de kosten van investeringen in het net niet meteen in rekening te brengen bij afnemers, maar uit te smeren over de tijd, en door nettarieven te differentiëren. Nieuwe woonwijken krijgen een eigen wijk- of buurtbatterij. Die slaat stroom op als de wijk stroom over heeft en levert het terug als zon en wind het laten afweten. Dat is voordeliger en solidairder dan een batterij in elke woning. Het ontlast bovendien het elektriciteitsnet."
  3. "Impuls aardgasvrije wijken. De maatschappelijk meest wenselijke energiebron moet ook voor mensen de meest aantrekkelijke zijn. Helaas zijn de vaste kosten van een warmtenet relatief hoog. Wij maken het aantrekkelijker door de vaste en variabele kosten te verlagen. We zetten in op warmte- en koudenetten in publieke handen en ondersteunen gemeenten en bewonersinitiatieven daarin."