De regering moet plannen maken voor de kosten van nieuwe windparken tussen 2030 en 2035. Veel wind- en zonneparken moeten nu al vaak worden uitgeschakeld omdat er te veel stroom is. De vraag naar stroom groeit nauwelijks. De plannen moeten daarom laten zien wat de echte kosten zijn, inclusief de uren dat de parken niet mogen draaien.
Motie van de leden Boomsma en Van den Berg over met een aantal realistische scenario's komen voor zon- en windinstallaties in de periode 2030-2035
De kamer,
overwegende dat het kabinet voorstelt om nieuwe windparken op zee te
realiseren, maar dat veel zonne- en windparken nu al gedurende vele uren
moeten worden afgeschakeld omdat er dan te veel stroom is;
overwegende dat de stroomvraag niet of nauwelijks toeneemt terwijl er
de komende jaren ook veel zon- en windproductie wordt toegevoegd in en
buiten Nederland;
overwegende dat daarmee het aantal uren afschakeling verder zal
toenemen, en dat het belangrijk is dat Kamer en samenleving een
realistisch beeld hebben van de kosten van extra windstroom;
verzoekt het kabinet om op basis van onder andere het aantal afschakeluren van zon- en windinstallaties (wanneer de stroomprijs of de passieve
onbalansprijs negatief is) van de afgelopen drie jaar met een aantal
realistische scenario’s te komen voor de periode 2030–2035 met daarin
worstcase-aannames en bestcase-aannames voor:
– de verwachte stroomvraag in Nederland;
– de totale verwachte Nederlandse capaciteit aan zon- en windopwek;
– de capaciteit van de voorgestelde nieuwe windparken;
– het aantal uren dat (nieuwe of bestaande) windparken jaarlijks moeten
worden afgeschakeld in die periode, met het oog op het toerekenen
van die afschakeluren aan de nieuwe windparken, om zo het netto
aantal draaiuren aan de capaciteitsfactor toe te rekenen;
– de totale maatschappelijke stroomkosten van de nieuwe windparken
per kilowattuur in die periode, op basis van de netto verwachte
draaiuren, een realistische inschatting van de bouwkosten en
onderhoudskosten inclusief de verwachte kosten voor de aanleg van
de netaansluiting (trafo’s op land en zee en kabels).
Argumenten voor: De partij wil een wettelijk verbod op nieuwe windturbines en het systematisch afbreken van bestaande windparken en zonneakkers [1]. Ook tegen windmolens op zee is de partij fel tegen [5168, 5384]. Volgens de partij hebben subsidies voor windmolens en zonnepanelen het energienet instabiel gemaakt en de energievoorziening duurder en kwetsbaarder [2]. De motie vraagt juist om scenario's die de kosten en de afschakeluren (instabiliteit) van deze bronnen in kaart brengen, wat direct aansluit bij de wens van de partij om de nadelen van het huidige klimaatbeleid aan te tonen [5157, 5164] en te streven naar betaalbare energie [3].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die argumenten bieden om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Verbod op windturbines
We voeren een wettelijk verbod in op nieuwe windturbines en breken bestaande windparken en zonneakkers systematisch af, zodat ons landschap wordt beschermd en onze energievoorziening niet langer afhankelijk is van het weer."
"De klimaatdiscussie heeft het energievraagstuk volledig uit balans gebracht. Onder het mom van CO2 -reductie zijn belastingen en heffingen extreem gestegen, waardoor burgers en bedrijven met torenhoge kosten worden geconfronteerd. De miljarden aan subsidies voor windmolens, zonnepanelen en elektrische installaties hebben ons energienet instabiel gemaakt en afhankelijk van weersomstandigheden. Het resultaat is een energievoorziening die niet goedkoper, betrouwbaarder of duurzamer is geworden, maar juist duurder en kwetsbaarder."
"Een nieuwe kans voor Nederland: een land met betaalbare energie voor iedereen, waar de rekeningen laag zijn en we met vertrouwen bouwen aan een welvarende toekomst."