Minder regeldruk door nieuwe milieuregels

De regering moet de nieuwe regels voor industriële uitstoot zo uitvoeren dat bedrijven zo min mogelijk extra kosten en administratie hebben. De gevolgen van de Richtlijn industriële emissies voor de regeldruk zijn nu nog onduidelijk. De nieuwe regels mogen de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven niet onnodig schaden.

Motie van het lid Bikkers over de AMvB die voortvloeit uit het wetsvoorstel zodanig vormgeven dat de administratieve lasten en nalevingskosten voor bedrijven worden beperkt

De kamer, constaterende dat de nadere uitwerking van de Wijziging van de Omgevingswet, de Wet milieubeheer en de Wet belastingen op milieugrondslag ter implementatie van de herziene Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening bij algemene maatregel van bestuur kan leiden tot aanvullende administratieve lasten en nalevingskosten voor bedrijven; overwegende dat de gevolgen voor de regeldruk nog onvoldoende inzichtelijk zijn, mede doordat er geen advies is gevraagd aan het Adviescollege toetsing regeldruk en er geen internetconsultatie heeft plaatsgevonden; overwegende dat het van belang is dat de implementatie van Europese regelgeving niet leidt tot onnodige regeldruk en dat de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven niet onnodig wordt geschaad; verzoekt de regering om de uitwerking van de algemene maatregel van bestuur die voortvloeit uit dit wetsvoorstel zodanig vorm te geven dat de administratieve lasten en de nalevingskosten voor bedrijven zo veel mogelijk worden beperkt; verzoekt de regering voorts om bij de voorbereiding van deze algemene maatregel van bestuur het bedrijfsleven en relevante brancheorganisaties actief te betrekken en de gevolgen voor de regeldruk inzichtelijk te maken.
8 juni | VVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat onnodige regeldruk wordt verminderd [3] en maakt zich zorgen over overregulering die leidt tot kolossale administratiesystemen die weinig bijdragen aan een doel [1]. De partij streeft naar een dienstbare overheid die bij elke regel afweegt of deze nodig is, wat het beoogde doel dient en wat de uitvoering kost in termen van euro's en moeite [5]. Daarnaast wil de partij dat de overheid zorgt voor duidelijke wetgeving [6] en dat regeldruk niet in de weg staat van een goed ondernemersklimaat [4]. Ook wordt aangegeven dat Europese regelingen proactief en verstandig geïmplementeerd moeten worden om te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid [2].

Argumenten tegen: De partij stelt dat de overheid normen moet stellen en handhaven om sociale grondrechten op het gebied van milieu en volksgezondheid te garanderen [8]. Ook wordt aangegeven dat industrieën met een hoge stikstofuitstoot bindende doelen opgelegd moeten krijgen [7]. De partij gaat minder uit van zelfregulering omdat bedrijven zich niet altijd aan de regels houden [8].

Bronnen:

  1. "Dat een vitale en duurzame economie mogelijk is, laten veel bedrijven al zien. Ze dragen door slimme innovaties bij aan de waardecreatie van de toekomst. Als goede werkgevers dragen ze zorg voor hun personeel en maken verantwoorde keuzes als het gaat om duurzaamheid en milieu. Natuurlijk is normering vanuit de overheid hierbij nodig, bijvoorbeeld om achterblijvers te prikkelen om ook die goede keuzes te maken. Dit leidt soms echter tot overregulering, waarbij van bedrijven wordt gevraagd om kolossale administratiesystemen bij te houden die niet of zeer beperkt bijdragen aan een redelijk doel. Ondernemers die alle ritten van hun personeel bijhouden en rapporteren. Kleine bedrijven die met moeite voldoen aan de gedetailleerde CSRDuitvragen van bedrijven verderop in de keten. Of financiële instellingen die rapporteren over talloze indicatoren, zonder dat dit hun portefeuille daadwerkelijk duurzamer maakt."
  2. "We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
  3. "Deze onnodige regeldruk moet minder, of het nu om mkb-bedrijven, financiële instellingen of beursgenoteerde ondernemingen gaat. Wat de ChristenUnie betreft stuurt de overheid op doelen in plaats van middelvoorschriften, waarbij ondernemers zelf aan het stuur zitten om deze te bereiken, en niet voorgeschreven krijgen op welke wijze ze deze doelen moeten halen."
  4. "We koesteren de rol van familiebedrijven, die vaak geworteld zijn in lokale gemeenschappen. Deze focus op welvaart in de brede zin van het woord draagt bij aan het bloeien van maatschappij, mens en milieu, ook op de lange termijn. Een Rentmeesterseconomie van genoeg, waarin vakmanschap en mooie, duurzame, repareerbare producten centraal staan. We zetten in op de nieuwe economie via innovatie en nemen afscheid van het consumentisme dat de grenzen van de schepping niet respecteert. We willen een einde aan de overconsumptie van goedkope prullaria die horen bij een wegwerpeconomie. De overheid reduceert de regeldruk en wordt een stabiele en betrouwbare partner voor bedrijven. Het uitblijven van (snelle) vergunningverlening, een gebrek aan netcapaciteit en veel regeldruk staan een goed ondernemersklimaat in de weg. Deze obstakels worden met vaart aangepakt, zie hiervoor hoofdstuk 2 'Nederland van het slot'."
  5. "Door deze overregulering komen overheden tegenover burgers te staan. De ChristenUnie ziet liever een dienstbare overheid die burgers en organisaties helpt bij het zelf dragen van verantwoordelijkheden, in plaats van onnodige regeldruk. Bij alle bestaande (beleids)regels wegen we af of ze nodig zijn, of ze bijdragen aan het beoogde doel en wat het kost (in euro's en moeite) om ze uit te voeren. Alle regels die deze toets niet doorstaan, worden afgeschaft. Dit leidt tot minder knellende wetgeving, verlicht de administratieve druk en maakt dat we minder ambtenaren nodig hebben. Zo halen we Nederland weer van het slot."
  6. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
  7. "De stikstofproblematiek vraagt om duurzame mobiliteitsvormen. Het aantal vliegbewegingen in Nederland gaat naar beneden, ook de automobiliteit draagt bij. Industrieën met een hoge stikstofuitstoot krijgen, naast klimaatdoelen, bindende stikstofdoelen opgelegd. De regering maakt maatwerkafspraken met industriële piekbelasters. Ook worden er regionale stikstofbalansen opgesteld, zoals in Rijnmond en Chemelot, waar gebiedsspecifieke emissieplafonds gaan gelden. Industriële processen worden waar mogelijk verder geëlektrificeerd. In alle sectoren geldt dat aantoonbare stikstofreductie moet leiden tot vergunningverlening. In het stikstofbeleid gaan we daarom onderscheid maken tussen stikstofoxiden uit de pijp of uitlaat (NOx) en ammoniak uit dieren (NH3). Op die manier kan vergunningverlening voor bijvoorbeeld woningbouw en de aanleg van elektriciteitsnetten versneld worden. De relatief snelle daling van"
  8. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."