De regering moet voor het zomerreces een plan sturen om de vergunningen voor de eerste SMR's (kleine kernreactoren) te versnellen. Nederland moet internationaal kunnen concurreren op nucleaire innovatie. Dit kan alleen als procedures voorspelbaar en snel verlopen. Het plan moet een tijdpad en een coördinator bevatten. Ook moet de regering laten zien hoe de ANVS (de veiligheidsautoriteit) genoeg personeel krijgt.
Motie van de leden Van den Berg en Flach over een praktische versnellingsaanpak voor de eerste SMR-projecten
De kamer,
constaterende dat het kabinet inzet op SMR’s en dat Nederlandse
initiatieven al in 2026 locatiekeuzes en vooroverleg voorzien;
constaterende dat de ANVS in de fiches voor het Meerjarenprogramma
Klimaat- en energiefonds 2027 al extra capaciteit en middelen raamt voor
de uitbreiding van nucleaire activiteiten, waaronder SMR’s;
overwegende dat Nederland internationaal alleen kan concurreren op
nucleaire innovatie als vergunningverlening voorspelbaar, gecoördineerd
en zonder onnodige vertraging verloopt;
overwegende dat versnelling mogelijk is met rijksregie, vroeg
vooroverleg, parallelle voorbereiding, termijnbewaking, vaste aanspreekpunten en tijdige borging van uitvoeringscapaciteit;
overwegende dat de nucleaire veiligheid, ANVS-onafhankelijkheid,
inspraak en de rechtsbescherming volledig overeind moeten blijven;
verzoekt de regering voor het einde van het zomerreces een praktische
versnellingsaanpak voor de eerste SMR-projecten aan de Kamer te sturen,
met een concreet tijdpad, een rijkscoördinator of loket, mogelijkheden
voor parallelle besluitvoorbereiding en vroeg ANVS-overleg met behoud
van de onafhankelijke veiligheidsbeoordeling, en een beoordeling welke
onderdelen vanaf een ontvankelijke aanvraag richting circa twee jaar
kunnen worden gebracht;
verzoekt de regering daarbij aan te geven hoe de reeds door de ANVS
geraamde extra capaciteit en middelen tijdig worden gedekt en
beschikbaar komen, ook voor vooroverleg en vergunningsvoorbereiding
in de periode 2026–2030,
kst-36847-11
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2026
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 847, nr. 11
1.
Argumenten voor: De partij wil de ontwikkeling van kleine, modulaire kernreactoren (SMR's) onderzoeken en stimuleren [1] en ziet hier grote kansen in [2]. Om dit mogelijk te maken, streeft de partij naar een versnelling en verbetering van het vergunningenbeleid, waarbij de doorlooptijd van processen minimaal gehalveerd moet worden door het afbouwen van processtapeling [3]. Daarnaast wil de partij het vergunningsproces voor elektriciteitsprojecten drastisch versimpelen en versnellen [4] en wetgeving aanpassen zodat energieprojecten die de stikstofuitstoot verminderen niet stil komen te liggen [5]. Ook wordt voorgesteld om via een 'Wet vitale infrastructuur' nationale energie-infrastructuurprojecten te versnellen door andere regelingen tijdelijk en selectief buiten werking te stellen [6].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"We gaan door met de ontwikkeling van twee nieuwe kerncentrales. De bouw vindt zorgvuldig en in goed overleg met de omgeving plaats. We onderzoeken en stimuleren de ontwikkeling van kleine, modulaire kernreactoren (SMR's) en houden de kosten beheersbaar door in Europa de krachten te bundelen met andere geïnteresseerde landen."
"We willen Nederlandse toponderzoeksinstellingen beter in stelling brengen om innovatie aan te jagen. Wij zien grote kansen op het gebied van onder andere technologieën als groene chemie, waterstof, synthetische brandstoffen, groen gasproductie, efficiëntere CO₂-vrije opslag en flexibiliteit, negatieve emissies en kleine modulaire kernreactoren."
"Om het vergunningenbeleid te versnellen en te verbeteren wil het CDA een Innovatie- en versterkingswet. De nieuwe wet stelt voor dat de gemiddelde doorlooptijd minimaal wordt gehalveerd. Daarmee wordt de stapeling van processen afgebouwd en de rechtsgang versneld."
"We pakken de netcongestie voortvarend aan. Dat gaan we doen door het vergunningsproces van elektriciteitsprojecten drastisch te versimpelen en te versnellen. Onder andere door een versnelde beroepsprocedures en meer vergunningsvrije ruimte. We benutten de kansen voor flexibiliteit en energieopslag optimaal. Ook willen we meer aansturing op lokale afstemming in opwek en gebruik. We maken de ontwikkeling van grensoverschrijdende energie-infrastructuren makkelijker. Bij duurzame opwekking over de grens kan er veel meer gebruikgemaakt worden van gunstige lokale factoren. We stimuleren flexibele contracten en 'energyhubs' op bedrijventerreinen en initiatieven van energiecoöperaties, gemeenten en provincies op het gebied van duurzame mobiliteit en lokale opwek, gebruik en opslag van energie. En we spreiden de rekening van investeringen in het elektriciteitsnet over generaties."
"We passen wetgeving aan zodat energieprojecten die uiteindelijk leiden tot minder stikstofuitstoot niet stil komen te liggen."
"Met een Wet vitale infrastructuur zorgen we ervoor dat (energie)infrastructuurprojecten van nationaal belang versneld gerealiseerd kunnen worden door andere regelingen tijdelijk en selectief buiten werking te stellen. financiële ondersteuning."