De regering moet van 1 juli, Ketikoti, een nationale feestdag maken. Deze dag is van groot belang voor veel mensen in Suriname, het Caribisch deel van het Koninkrijk en Nederland.
Motie van het lid Van Baarle over van 1 juli een nationale feestdag maken
De kamer,
constaterende dat de Nationale Herdenking Slavernijverleden tijdens
Ketikoti op 1 juli van groot belang is voor veel mensen in Suriname, de
Caribische delen van het Koninkrijk en Europees Nederland;
overwegende dat 1 juli wel wordt erkend als nationale herdenkingsdag,
maar nog geen nationale feestdag is;
verzoekt de regering om in overleg met sociale partners en nazaten van
tot slaaf gemaakten tot een concreet voorstel te komen om van 1 juli,
Ketikoti, een nationale feestdag te maken.
Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat Keti Koti op 1 juli een nationale feestdag moet worden, net als Bevrijdingsdag op 5 mei [1]. Daarnaast wil de partij samen met de zes Caribische eilanden blijven werken aan maatschappelijke bewustwording over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan [2]. Het erkennen van dit gedeelde verleden wordt door de partij gezien als de basis voor de gezamenlijke toekomst binnen het Koninkrijk [3].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte tekst geen argumenten gevonden die tegen het maken van Keti Koti een nationale feestdag pleiten.
Bronnen:
"Op 1 juli is het Keti Koti. Dat wordt een nationale feestdag, net als Bevrijdingsdag op 5 mei. We staan stil bij het slavernijverleden en vieren de vrijheid."
"Samen met de zes Caribische eilanden blijven wij werken aan maatschappelijke bewustwording over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan."
"Wij zijn één Koninkrijk, waar iedereen meedoet en elke stem telt. Inwoners van Aruba, Curaçao, Sint-Maarten, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba hebben recht op een leven met bestaanszekerheid, vrij van armoede en van de dreiging van klimaatverandering. De erkenning van ons gedeelde verleden vormt de basis voor onze gezamenlijke toekomst. Geen punt, maar een komma. Dat was de belofte van het Nederlandse kabinet bij het aanbieden van excuses voor het slavernijverleden. Een belofte die D66 centraal stelt in het bouwen aan betere relaties binnen het Koninkrijk."