De regering moet een onafhankelijk onderzoek doen naar de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. Dit is nodig om de gemeenschap te erkennen en recht te doen aan hun verleden. Ook moet er een landelijke agenda komen om de Molukse burgers te versterken. Dit is belangrijk omdat het in 2026 precies 75 jaar geleden is dat de eerste Molukse KNIL-militairen in Nederland aankwamen.
Motie van het lid Ceder c.s. over onderzoek doen naar verleden en toekomst van Molukkers in Nederland en verkennen hoe op gepaste wijze recht kan worden gedaan aan de Molukse gemeenschap
De kamer,
constaterende dat het in 2026 75 jaar geleden is dat de eerste Molukse
KNIL-militairen onder erbarmelijke omstandigheden in Nederland
kwamen;
overwegende dat er van de eerste generatie Molukkers in Nederland
steeds minder mensen in leven zijn, maar dat de Molukse gemeenschap
met meer dan 75.000 burgers een belangrijk onderdeel is van de
Nederlandse samenleving;
overwegende dat er herhaalde oproepen zijn geweest uit de maatschappij
om recht te doen aan deze groep, zoals de breed ondertekende brief van
burgemeesters uit 2021, de brief van oud-premier Van Agt aan de Koning
en brieven van de Molukse gemeenschap zelf;
overwegende dat er meerdere initiatieven in de Kamer lopen (zoals het
aangekondigde rondetafelgesprek van de commissie voor VWS) om de
situatie rond de Molukse gemeenschap bespreekbaar te maken;
overwegende dat historisch en cultuurwetenschappelijk onderzoek
inzichtelijk kan maken wat zich sinds de koloniale betrokkenheid en het
dekolonisatieproces heeft afgespeeld, welke doorwerking dit voor de
Molukse gemeenschap tot op de dag van vandaag heeft en welke rol de
Nederlandse Staat hierin heeft gespeeld;
verzoekt de regering:
– een onafhankelijk onderzoek te doen naar het verleden, de komst en
het 75-jarig verblijf van de Molukkers in Nederland en de doorwerking
van deze geschiedenis naar het heden, en de uitkomsten daarvan
uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 te presenteren met als
uiteindelijk doel te komen tot een proces van erkenning en een
passend gebaar dat recht doet aan de gemeenschap en de gemeenschap versterkt;
kst-30950-557
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2026
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 557
1
–
een consultatietraject in te gaan en in gesprek te gaan met de Molukse
gemeenschap in al haar diversiteit, en hierbij lopende initiatieven van
de Kamer te betrekken;
– een verkenning te initiëren voor een nationale agenda over hoe op
gepaste wijze recht kan worden gedaan aan de Molukse gemeenschap,
en de resultaten hiervan in het tweede kwartaal van 2027 aan de
Kamer te presenteren.
10 juni | CU, 50PLUS, BBB, CDA, D66, DENK, JA21, Markusz, PvdD, SGP, SP, Volt, VVD |
Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid verantwoordelijkheid moet nemen voor mensen die door toedoen van de overheid in problemen zijn gekomen. Recht doen aan deze mensen is volgens de partij noodzakelijk om vertrouwen te kunnen herstellen [3]. Daarnaast staat de partij open voor discussie en belooft zij mensen een luisterend oor te bieden [2]. Ook laat het programma zien dat de partij bereid is om erkenning te geven aan specifieke historische of politieke kwesties [4].
Argumenten tegen: De partij uit kritiek op de druk die migratie legt op de samenleving en waarschuwt voor falende integratie die kan leiden tot parallelle samenlevingen [1][5].
Bronnen:
"De grootschalige immigratie naar Nederland is al ruim vijftig jaar onderwerp van debat, in de politiek én aan de keukentafel. Toch is het nog altijd niet gelukt om een realistisch, uitvoerbaar en consistent migratiebeleid te voeren. De druk op onze samenleving neemt al decennialang toe: op de woningmarkt, in de zorg, in het onderwijs en bij politie en justitie. Terwijl de instroom van migranten vrijwel onverminderd doorgaat, wordt onze verzorgingsstaat stap voor stap uitgehold. Gemeenten in het hele land worden geconfronteerd met overvolle opvanglocaties en onduldbare overlast. En met name in de steden zorgt falende integratie voor vergaande problematiek en ontstaan parallelle samenlevingen. Dit is oncontroleerbaar en onhoudbaar."
"Kunnen we alle 18 miljoen Nederlanders elke dag allemaal even tevreden houden? Nee, dat kunnen we niet beloven. Wat we wel kunnen beloven is dat we altijd blijven strijden voor een BBBeter Nederland. Dat we altijd open staan voor discussie, voor verbeteringen, voor advies en dat we, zoals we altijd hebben gedaan, aan mensen een luisterend oor zullen bieden."
"Begin met recht doen aan mensen om vertrouwen te kunnen herstellen. De overheid moet er zijn voor haar burgers, juist als het tegenzit. Maar te vaak is het tegenovergestelde gebeurd: gezinnen zijn kapot gemaakt door de toeslagenaffaire, huizen raakten onbewoonbaar door aardbevingen in Groningen en mijnbouwschade in Limburg werd jarenlang ontkend of genegeerd. Mijnbouwschade aanpakken en woningcorporaties laten meedoen in alle mijnbouwschade gebieden. BBB staat voor een overheid die verantwoordelijkheid neemt. Wie door toedoen van de overheid in de problemen is gekomen, moet zo snel en menswaardig mogelijk worden geholpen, gecompenseerd en waar nodig volledig schadeloos gesteld. Geen eindeloos getouwtrek, maar doen wat nodig is om vertrouwen te herstellen. Want pas als de overheid weer voor de burger opkomt, kunnen we samen vooruit."
"Erkenning Armeense Genocide. Erkenning recht op terugkeer naar Nagorno Karabach van de etnisch gezuiverde Armeense bevolking en de verplichting van Azerbeidzjan om dit mogelijk te maken (conform uitspraak Internationaal Gerechtshof)."
"Samenleven in Nederland begint bij het respecteren van onze waarden, normen, wetten en omgangsvormen. Dat veronderstelt erkenning van de Nederlandse cultuur en identiteit, die in elke regio een eigen invulling kent. Hoe groter de culturele afstand tot wat ons als samenleving bindt, hoe moeilijker het wordt om samen leefruimte te delen. Als migranten onze wetten, tradities en gebruiken afwijzen of niet naleven, ontstaat het risico van parallelle gemeenschappen en groeit de kans op radicalisering. Falende integratie is de voedingsbodem voor radicalisering. Daarom richten we ons op mensen die oprecht willen meedoen. Aanvaarden van de regels van onze democratische rechtsstaat is wezenlijk. Op de naleving daarvan gaan we strikter toezien."