De regering moet samen met omwonenden, experts en het RIVM (het instituut voor volksgezondheid) maatregelen nemen om mensen te beschermen tegen pesticiden. Nu kunnen omwonenden hun ramen niet openzetten of hun kinderen in de tuin laten spelen door het gebruik van deze middelen. Zij hebben direct betere bescherming nodig voor hun gezondheid.
Motie van het lid Kostić over maatregelen die omwonenden op korte termijn meer bescherming bieden zonder het convenantproces te doorkruisen
De kamer,
constaterende dat omwonenden van percelen waarbij veel pesticiden
worden gebruikt enkele maanden per jaar niet normaal hun ramen open
kunnen zetten of hun kinderen in de tuin kunnen laten spelen;
overwegende dat het kabinet werkt aan een convenant over het gebruik
van pesticiden in 2040, terwijl omwonenden op korte termijn betere
bescherming van hun gezondheid nodig hebben;
verzoekt de regering om in overleg met omwonenden, gezondheidsexperts en het RIVM ook met maatregelen te komen die omwonenden,
waaronder kinderen en ouderen, op korte termijn meer bescherming
bieden zonder het convenantproces te doorkruisen, en de Kamer hierover
dit jaar te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar een betere bescherming van de leefomgeving van omwonenden, waarbij de gezondheid van deze mensen centraal moet staan bij de vergunningverlening [1]. Daarnaast zet de partij in op een fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen [2] en wil zij dat de toelating van deze middelen in lijn wordt gebracht met de volksgezondheid [2]. De partij ziet de overheid bovendien als een actieve hoeder van de belangen van mensen die schade ondervinden door milieuvervuiling [1] en wil de gevolgen van schadelijke stoffen voorkomen door het voorzorgsprincipe strikt te hanteren [3].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen directe argumenten tegen de motie. Hoewel de partij streeft naar reductiedoelen voor gewasbescherming in samenwerking met de sector [2], vraagt de motie specifiek om maatregelen die het bestaande convenantproces niet doorkruisen.
Bronnen:
"De leefomgeving van omwonenden wordt beter beschermd door de laatste inzichten over gezondheidsrisico's leidend te laten zijn in de vergunningverlening en handhaving. Gezondheid van omwonenden komt centraal te staan bij het afgeven van nieuwe vergunningen. We sturen vanuit de bescherming van de gezondheid van omwonenden, niet vanuit de maximaal toegestane emissies van bedrijven. De overheid treedt actief op als hoeder van de belangen van slachtoffers van milieuovertredingen - zoals mensen met (long)ziekten, vervuilde grond, of schade aan hun woning. Bij faillissementen worden slachtoffers als eerste vergoed; nu staan zij als schuldeisers nog achteraan in de rij."
"Landbouw en natuur kunnen niet zonder elkaar. Een hoge biodiversiteit is van levensbelang voor bestuiving van allerlei gewassen, goede bodemvruchtbaarheid en daarmee weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Voldoende afwisseling tussen soorten gewassen, natuur en landschapselementen is essentieel. We zetten in op fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en stellen daarom met de sector een reductiedoel op. Groene middelen moeten sneller beschikbaar komen. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb wordt in lijn gebracht met kwaliteitsnormen voor de natuur, water en volksgezondheid. We willen een gericht verbod op het gebruik van glyfosaat voor grasland en groenbemesters. Hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen vanwege afnemende resistentie door klimaatverandering vragen om realistisch beleid. Dat betekent enerzijds een sterke reductie van gewasbeschermingsmiddelen door bijvoorbeeld precisietechnieken. Anderzijds verdienen kleinschalige teelten en de oer-Hollandse vollegrondsgroenteteelt bescherming."
"Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."