Hulp voor jongeren na hun 18e verjaardag

De regering moet zorgen dat hulp voor jongeren na hun 18e verjaardag niet plotseling stopt. Er moet een toekomstplan komen met afspraken over wonen, school, werk en begeleiding. Veel jongeren die uit de jeugdhulp komen, verliezen namelijk hun steun terwijl ze die nog hard nodig hebben om zelfstandig te worden.

Motie van de leden Moinat en Coenradie over een toekomstplan voor jongeren die uitstromen uit jeugdhulp

De kamer, constaterende dat ondersteuning voor jongeren na hun 18de verjaardag regelmatig wegvalt terwijl hulp nog nodig is; overwegende dat continuïteit van ondersteuning van belang is voor een succesvolle overgang naar zelfstandigheid; verzoekt de regering te bevorderen dat voor jongeren die uitstromen uit de jeugdhulp tijdig een toekomstplan wordt opgesteld, inclusief afspraken over passende huisvesting, onderwijs of werk en noodzakelijke begeleiding, en zich ervoor in te spannen dat benodigde ondersteuning niet wegvalt zolang deze aantoonbaar noodzakelijk is.
11 juni | Markusz, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil de inkomenszekerheid verstevigen tijdens belangrijke overgangen, zoals de overgang tussen dagbesteding, bijstand en betaald werk, om kwetsbare jongeren financiële stabiliteit te bieden [2]. Daarnaast wordt de noodzaak van nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders en jeugdhulpverlening benadrukt om ondersteuning te bieden die aansluit bij de mogelijkheden van het kind [4]. Ook wordt de samenwerking met het onderwijs genoemd als onderdeel van de hervormingsagenda voor de jeugdzorg [3]. Bovendien wordt aangegeven dat pleegouders een belangrijke rol kunnen blijven vervullen tot het 26e levensjaar van de kinderen die zij opvoeden [1].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten om tegen het opstellen van toekomstplannen of het waarborgen van continuïteit van ondersteuning voor jongeren na hun 18e te stemmen.

Bronnen:

  1. "Pleegouders zijn cruciaal om kinderen die (tijdelijk) niet bij hun ouder(s) kunnen wonen toch een thuis te geven. Daarom is goede begeleiding van pleegouders en zorgvuldige werving van nieuwe pleegouders noodzakelijk. Pleegouders kunnen ook na het 18e levensjaar van de kinderen die zij opvoeden een belangrijke rol vervullen en krijgen zo nodig een financiële compensatie tot maximaal 26 jaar."
  2. "De Participatiewet is het vangnet zodat iedereen volwaardig mee moet kunnen doen in de samenleving. Nu de wijzigingen van de Participatiewet op korte termijn in gang zijn gezet, is het tijd voor een hervorming van de Participatiewet op lange termijn. Vereenvoudiging van inkomensondersteuning en versteviging van inkomenszekerheid (ook bij de overgang tussen dagbesteding, bijstand en betaald werk) moet daarbij de kern zijn. Onderdeel daarvan ook is perspectief voor chronisch zieken en mensen met een medische urenbeperking in de bijstand,de afschaffing van de 4-wekenzoektermijn bij jongeren en meer ruimte voor initiatieven zoals het bouwdepot dat kwetsbare jongeren financiële stabiliteit biedt."
  3. "De hervormingsagenda, die samen met het veld is opgesteld en breed gesteund wordt, is leidend voor het verbeteren van de jeugdzorg. Dit betekent sterke lokale teams, die de ruimte hebben om lokale steunstructuren te versterken en zinloze zorg terug te dringen. Ook vraagt dit investeren in de sociale basis, samenwerking met het onderwijs en duidelijke keuzes welke behandelingen wel en niet onder de Jeugdwet vallen."
  4. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."