Landelijke organisatie van jeugdbescherming

De regering moet de jeugdbescherming landelijk en eenduidig organiseren met een duidelijke eindverantwoordelijkheid. Het huidige stelsel van jeugdzorg is te versnipperd en onoverzichtelijk. Hierdoor worden ernstige gevallen van kindermishandeling niet tijdig ontdekt of gestopt.

Motie van het lid Van Meetelen over de jeugdbescherming landelijk en eenduidig organiseren

De kamer, constaterende dat ernstige kindermishandeling opnieuw niet tijdig is voorkomen, gesignaleerd of gestopt; constaterende dat het huidige stelsel van jeugdzorg en jeugdbescherming versnipperd, onoverzichtelijk en onvoldoende daadkrachtig is; verzoekt de regering de jeugdbescherming uit het huidige versnipperde stelsel te halen en landelijk en eenduidig te organiseren, met heldere eindverantwoordelijkheid.
11 juni | PVV | Verworpen: 25–125 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat wanneer ingrijpen in een gezin noodzakelijk is, de overheid verantwoordelijk is voor deugdelijk toezicht op het kind en de beschikbaarheid van voldoende goede hulp [2]. Daarnaast wordt opgemerkt dat gemeenten en scholen momenteel veel moeite hebben om voldoende ondersteuning te bieden [1].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen specifieke argumenten tegen een landelijke en eenduidige organisatie van de jeugdbescherming.

Bronnen:

  1. "Gezinnen vormen het weefsel van de samenleving. Als kinderen opgroeien in een stabiele en liefdevolle omgeving, biedt dat een stevige basis voor deelname aan het onderwijs en het leveren van een bijdrage aan de samenleving. Het klassieke huwelijk van man en vrouw is hiervoor een belangrijke bedding. De vele echtscheidingen ondermijnen juist de samenleving. Leraren merken vaak heel duidelijk welke zorgen en problemen kinderen meeslepen als zij de klas binnen komen. In de jeugdhulp zien we dat de vraag naar meer en intensievere zorg blijft stijgen. Gemeenten en scholen hebben de handen vol om voldoende ondersteuning te bieden. Dat onderstreept het belang om bij de basis te beginnen: het bevorderen van sterke en stabiele gezinnen, waarbij we ook oog houden voor alleenstaanden."
  2. "Het is een pijnlijke realiteit dat het ondersteunen van gezinnen en gemeenschappen en de inzet van vrijwillige jeugdhulp niet altijd toereikend is om kinderen een veilige situatie te bieden. De omstandigheden thuis kunnen zo bedreigend worden dat ingrijpen noodzakelijk is. Die situaties dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. Als toch ingegrepen moet worden, is de overheid verantwoordelijk voor deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp. De inzet is zoveel mogelijk gericht op terugkeer naar het gezin, tenzij duidelijk blijkt dat dit in strijd is met het belang van het kind."