Rechten van religieuze minderheden in Egypte

De regering moet via de Europese Unie (EU) druk uitoefenen op Egypte om de rechten van religieuze minderheden te verbeteren. Koptische christenen en bahais worden namelijk gediscrimineerd en hebben te weinig bescherming door de wet. De EU moet de vrijheid van godsdienst daarom expliciet bespreken bij de economische samenwerking met Egypte.

Motie van de leden Ceder en Stoffer over zich actief inzetten voor verbetering van de positie van religieuze minderheden in Egypte

De kamer, constaterende dat verschillende religieuze minderheden in Egypte, waaronder bahais en koptische christenen, te maken hebben met discriminatie, beperkingen van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en onvoldoende rechtsbescherming; verzoekt de regering om zich in EU-verband actief in te zetten voor verbetering van de positie van religieuze minderheden in Egypte, waaronder christenen en bahais, de naleving van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging expliciet aan de orde te stellen bij de (economische) samenwerking tussen de Europese Unie en Egypte, en de Kamer over de inzet te informeren.
11 juni | CU, SGP | Aangenomen: 140–10 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat het verbeteren van de relatie met andere landen hand in hand moet gaan met een verbetering van de mensenrechten [3]. Specifiek maakt de partij zich grote zorgen over de situatie van christenen in het buitenland, zoals in India, en vindt zij dat Nederland zich hier meer over moet uitspreken [3]. Daarnaast neemt de partij in EU-verband al een kritische houding aan richting landen waar sprake is van repressie van minderheden, waaronder christenen [2].

Argumenten tegen: De partij uit zorgen over de EU die zich op ideologisch vlak ontwikkelt tot een 'progressief-seculier project' [4] en waarschuwt ervoor dat het opleggen van een 'Westerse ideologische agenda' in Afrika niet moet gebeuren [1].

Bronnen:

  1. "Als tegenwicht tegen de toenemende invloed van Rusland en China in Afrika investeren Nederland en de EU verder in gelijkwaardige relaties met landen op dit continent. Het opleggen van een Westerse ideologische agenda hoort daar niet bij."
  2. "In China is sprake van toenemende repressie van minderheden zoals de Oeigoeren en christenen, steeds verdere inperking van fundamentele vrijheden en de excessieve sociale controle van de bevolking. Het land ondermijnt de internationale rechtsorde door cyberspionage en toenemende agressieve retoriek tegen Taiwan. Nederland neemt daarom, ook in EU-verband, een kritischer houding aan richting China. Nederland moet minder afhankelijk worden van China wat betreft grondstoffen, technologie en vitale infrastructuur. Chinese investeringen en deelname aan Europese aanbestedingen worden veel strenger getoetst en Chinese invloed via de academische wereld en sociale media wordt tegengegaan."
  3. "Verbetering van de relatie met India, maar ook met andere Aziatische landen, dient hand in hand te gaan met een verbetering van de mensenrechten in die landen. De SGP maakt zich grote zorgen over de situatie van christenen in India, die belaagd worden door geweld van extremistische hindoes. Nederland moet zich hier meer over uitspreken."
  4. "Samenwerking met andere landen betekent voor de SGP niet dat er steeds meer macht naar Brussel moet. Integendeel. De SGP kiest voor een Europese Unie die ten dienste staat van de lidstaten, ruimte biedt voor verschillen en respect heeft voor de nationale soevereiniteit. In een tijd van veel geopolitieke uitdagingen doet Europese samenwerking ertoe. Een uitdijende en besluiteloze EU is echter onwenselijk. Bovendien baart het ons zorgen dat de EU zich op ideologisch vlak steeds meer ontwikkelt tot een progressief-seculier project. Dit staat haaks op wat de oprichters voor ogen stond."