De regering moet onderzoeken of er tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2029 een internationale top over water en voedselzekerheid kan worden georganiseerd. Nederland is wereldwijd een expert op dit gebied. Een top versterkt de samenwerking met andere landen en helpt de Nederlandse economie groeien.
Motie van de leden Diederik van Dijk en Stoffer over een internationale water- en voedselzekerheidstop organiseren tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2029
De kamer,
constaterende dat Nederland wereldwijd een toonaangevende positie
heeft op het gebied van water, voedsel en kennisontwikkeling, terwijl
water nog onvoldoende is verankerd in multilaterale processen;
overwegende dat het Nederlands EU-voorzitterschap in 2029 een unieke
kans biedt om met de Dutch Diamond en partners uit Afrika, Azië en
Latijns-Amerika samenwerking op water- en voedselzekerheid te
versterken en tegelijkertijd het Nederlandse verdienvermogen te
bevorderen;
verzoekt de regering de mogelijkheden te verkennen voor het organiseren
van een internationale water- en voedselzekerheidstop tijdens het
Nederlands EU-voorzitterschap in 2029, met deelname van regeringsleiders, overheden, bedrijven, financiële instellingen, maatschappelijke
organisaties en kennisinstellingen uit Europa en het Mondiale Zuiden.
Argumenten voor: De partij zet zich in voor sterke internationale diplomatie en het versterken van samenwerkingen tussen landen, bedrijven en ngo's [1]. Daarnaast wil de partij investeren in nieuwe partnerschappen met landen in Afrika en Zuid-Amerika [2] en streeft zij naar een betere vertegenwoordiging van het mondiale zuiden in internationale processen [3][4]. Het aanpakken van thema's zoals water- en voedselzekerheid past bij de inzet op internationale publieke goederen [3] en duurzame ontwikkeling [5].
Argumenten tegen: De partij stelt dat bij ontwikkelingssamenwerking de nadruk moet liggen op de behoeften van de landen zelf en niet op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven [4]. Een motie die expliciet het Nederlandse verdienvermogen wil bevorderen, zou hierdoor mogelijk op weerstand stuiten.
Bronnen:
"We komen internationaal op voor vrede, veiligheid, welvaart, democratie en klimaatrechtvaardigheid. Daar hoort een sterke Nederlandse diplomatie bij. We draaien de bezuinigingen op onze ambassades en consulaten daarom terug. We investeren in ontwikkelingssamenwerking en relaties met gelijkgestemden om te komen tot effectieve uitkomsten in een wereld van veto's en moeizame internationale samenwerking. We bestrijden de gevaarlijke opkomst van autocratie in Europa en daarbuiten. We maken werk van samenwerkingen tussen landen, bedrijven en ngo's die investeren in kansen op economisch, sociaal en ecologisch gebied. We analyseren de dreigingen in de wereld, vergroten onze weerbaarheid en versterken daartoe de Nationale Veiligheidsraad."
"Samen staan we sterker. Veiligheid gaat over veel meer dan een hoger defensiebudget. Samen staan we sterker, in Europa en de wereld. We versterken de samenwerking binnen en buiten Europa. We stellen extra middelen beschikbaar voor diplomatie en voor het sneller en effectiever opkomen voor de verdediging van democratie, rechtsstaat en mensenrechten. De uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking gaan omhoog. Daarmee kunnen we investeren in nieuwe partnerschappen met landen in Afrika, Zuid-Amerika en het Midden-Oosten. Zo helpen we conflicten voorkomen en versterken we ook onze eigen weerbaarheid."
"Sterk multilateralisme. We versterken, hervormen en democratiseren de VN. Dat betekent een Veiligheidsraad waarin de permanente leden niet exclusief de dienst uitmaken, goede vertegenwoordiging van het mondiale zuiden en één Europese zetel. We staan voor de versterking van de WTO, de klimaatakkoorden en initiatieven ten aanzien van internationale publieke goederen, zoals gezondheidszorg en bescherming tegen pandemieën."
"Gelijkwaardige partnerschappen. We erkennen de ongelijke machtsverhoudingen uit het koloniale verleden die nog steeds bestaan tussen Europa en het mondiale Zuiden en zetten ons in voor gelijkwaardige relaties. Ontwikkelingshulp gaat weer ontwikkelingssamenwerking heten. We gaan sterker af op de behoeften van landen zelf en niet op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. We praten daarbij niet alleen met regeringen, maar ook met het maatschappelijk middenveld, kwetsbare gemeenschappen en ondervertegenwoordigde groepen, zoals vrouwen, jongeren en inheemse groepen. Instituten zoals de Wereldbank, het IMF en de WTO moeten worden hervormd zodat landen uit het Mondiale Zuiden meer te zeggen krijgen. We zetten ons in voor kwijtschelding van de torenhoge schuldenlast van de armste landen en maken hier afspraken over met hen."
"Samenhang in buitenlandbeleid. Onze inzet op wereldwijde armoedebestrijding, klimaatrechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling moet coherent zijn met ons beleid op handel, kapitaalverkeer, schuldverlichting en belastingheffing. Er komt een minister die verantwoordelijk is voor ontwikkelingssamenwerking, handel en beleidscoherentie. De duurzame ontwikkelingsdoelen en de klimaatdoelstellingen van het akkoord van Parijs zijn leidend. Om onze negatieve impact op de rest van de wereld te verkleinen, moet Nederland stoppen een belastingparadijs te zijn waar multinationals hun winsten uit andere landen kunnen wegsluizen. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken komt een afdeling die zich bezighoudt met conflictbeheersing en preventie."