De regering moet uiterlijk eind 2026 een wetsvoorstel indienen om het vissen op uitheemse rivierkreeften makkelijker te maken. Deze kreeften beschadigen namelijk de natuur en de oevers van rivieren. Een goede aanpak kan daarom niet langer wachten.
Motie van het lid Vermeer c.s. over het wetsvoorstel voor de verruiming van de mogelijkheden tot bevissing van uitheemse rivierkreeften uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 aanhangig maken
De kamer,
constaterende dat de voorgenomen aanpassing van de regelgeving voor
de bestrijding van uitheemse rivierkreeften naar verwachting pas medio
2027 in werking treedt;
overwegende dat uitheemse rivierkreeften op veel plekken schade
veroorzaken aan natuur en oevers, en dat een effectieve aanpak daarom
niet langer kan wachten;
verzoekt de regering om het benodigde wetsvoorstel voor de verruiming
van de mogelijkheden tot bevissing van uitheemse rivierkreeften uiterlijk
in het vierde kwartaal van 2026 bij de Tweede Kamer aanhangig te maken.
Argumenten voor: De partij vindt dat invasieve exoten zoals de Amerikaanse rivierkreeft effectief bestreden moeten worden [1]. Bovendien wil de partij de doorlooptijd van beleid inkorten door procedures die voorafgaan aan de indiening van een wet te verkorten en vertraging in wetgeving te stoppen [2].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om de bestrijding van invasieve exoten tegen te houden of om de versnelling van wetgevingsprocessen te veroordelen.
Bronnen:
"Een sterke natuur zorgt voor balans: We vergroenen onze leefomgeving, zonder er één groot nationaal park van te maken. Natuur en economie kunnen elkaar juist versterken. Daarom geven we ondernemers en bedrijven de ruimte om bij te dragen aan een gezonde leefomgeving en aan een sterke natuur. Ook zorgen we voor effectief fauna-, natuur- en landschapsbeheer, samen met boeren, jagers en natuurbeheerders. Invasieve exoten zoals de Amerikaanse rivierkreeft moeten effectief bestreden worden."
"We stoppen vertraging in wetgeving: De doorlooptijd van maatschappelijke wens tot daadwerkelijke realisatie van beleid is nu vaak jaren. Om dit in te korten zetten we het mes in de hoeveelheid adviesorganen, adviescolleges, taskforces, commissies, zelfstandige bestuursorganen, etcetera. We waarderen extern advies, maar we willen ook snelheid. We rekenen topambtenaren af op het verminderen van onnodig procesmatig papierwerk en afvinklijstjes bij nieuw beleid en we verkorten procedures die voorafgaan aan indiening van een wet. We verkorten waar mogelijk beslistermijnen. Bij grote vraagstukken wijzen we aan welk ministerie doorzettingsmacht heeft, zodat problemen sneller worden opgelost."