De regering moet de Kamer laten weten hoe zij het recht op goed onderwijs in Caribisch Nederland gaat beschermen. Experts van de Onderwijsraad en de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme zien dat dit recht daar nog niet goed wordt nageleefd. Goed onderwijs is een basisrecht dat belangrijk is voor de toekomst van jongeren.
Motie van de leden Tseggai en Ceder over de Kamer informeren over hoe opvolging gegeven wordt aan de aanbevelingen om het recht op goed onderwijs ook in Caribisch Nederland te borgen
De kamer,
overwegende dat het recht op goed onderwijs een grondrecht is en het
een grote bijdrage levert aan een fijne toekomst van jongeren;
constaterende dat de Onderwijsraad en de Nationaal Coördinator tegen
Discriminatie en Racisme in recente rapporten aandacht hebben gevraagd
voor het feit dat het recht op goed onderwijs in Caribisch Nederland
onvoldoende geborgd is;
verzoekt de regering om voor de begroting Onderwijs voor het jaar 2027
de Kamer te informeren over hoe opvolging gegeven wordt aan de
aanbevelingen om het recht op goed onderwijs ook in Caribisch
Nederland te borgen.
Argumenten voor: De partij stelt dat ieder kind recht heeft op goed onderwijs [1]. Daarnaast is het voor de partij belangrijk om te investeren in het creëren van gelijke kansen en het voorkomen van onacceptabele verschillen tussen scholen door extra middelen vrij te maken waar er achterstanden en uitdagingen zijn [2]. Het waarborgen van het recht op goed onderwijs in Caribisch Nederland sluit aan bij dit streven naar gelijke kansen en de universele rechten van het kind [1][2].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen het waarborgen van het recht op goed onderwijs of het informeren over de opvolging van aanbevelingen in Caribisch Nederland te stemmen.
Bronnen:
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"